Topambtenaren van de gemeente Rotterdam hebben informatie achtergehouden bij de aankoop van het Schiekadeblok. Daardoor had de toenmalige wethouder niet alle informatie over de erfpachtconstructie. Dat staat in een rapport van de Rotterdamse Rekenkamer. 

De kritiek is vooral gericht op de huidige wethouder Visser (toen nog hoofd Stadsontwikkeling) en topambtenaar Carl Berg, die nu directeur van Feyenoord-city is.

De gemeente investeerde 52 miljoen euro in projectontwikkelaar LSI voor de bouw van kantoren in het Schiekadeblok in de buurt van het Hofplein. Uiteindelijk kwam deze bouw niet van de grond en bleef de gemeente achter met duur aangekochte grond.

De informatievoorziening rond de deal verliep via Visser en Berg, stelt de rekenkamer. "Er bestaat discrepantie tussen de stukken op basis waarvan het college instemde met de constructie en de onderliggende ambtelijke informatie." Daaruit concludeert de rekenkamer dat de wethouder niet volledig werd geïnformeerd door zijn ambtenaren.

'Niet alle informatie over hoge risico's bereikte college'

"De rekenkamer heeft geen signalen dat alle relevante informatie over de hoge risico's het college voldoende heeft bereikt", stelt de rekenkamer. De topambtenaren zouden alternatieven voor de erfpachtmaatregel "niet serieus" nemen.

“Er is geen goed gemotiveerde afweging waarom deze constructie moest worden genomen.” Daarom spreekt de rekenkamer van een onverantwoord besluit.

Toenmalig wethouder Karakus stuurde volgens de rekenkamer wel hard op de maximale aankoopprijs van 52 miljoen euro. Daardoor bleef het verlies beperkter, want ambtenaren hadden 67 miljoen afgesproken.

College herkent zich niet in redenering rekenkamer

Toch komen achtereenvolgende colleges er ook niet goed van af. "Vanaf het voorbereiden van de deal tot het beëindigen daarvan is de gemeenteraad meermaals onjuist en onvolledig geinformeerd."

Het college zegt zich niet te kunnen vinden  in de redenering van de rekenkamer, waarop zij zijn conclusies stoelt. "Wel onderkennen burgemeester en wethouders dat zaken op onderdelen anders hadden moeten worden aangepakt."

Verder noemt het college het opmerkelijk dat conclusies getrokken worden op basis van interviews, zonder dat gecontroleerd is of hetgeen dat gezegd is ook zo is gebeurd.

"Daardoor krijgen individuele meningen en/of subjectieve herinneringen tien jaar na dato naar onze indruk meer gewicht dan objectief vastgesteld of vast te stellen feiten."