De Rotterdamse gemeenteraad beslist in de raadsvergadering van 31 januari over de aanleg van een warmteleiding vanuit de haven naar Leiden. Twee weken later komt de Rekenkamer Rotterdam met de eerste resultaten van een rapport over het Warmtebedrijf, maar daar wil een meerderheid van de raad niet op wachten.

Met de leiding moet restwarmte uit de Rotterdamse haven huishoudens in zowel Rotterdam-Zuid als Leiden kunnen verwarmen.

Paul Hofstra van de Rekenkamer liet weten halverwege februari te komen met informatie die 'de moeite waard is'. "Die kunt en eigenlijk moet u meewegen in uw beslissing om door te gaan met het warmtenet", zei Hofstra tegen de raad.

Wachten met het raadsbesluit tot na het Rekenkamerrapport is voor het Warmtebedrijf echter geen optie. "Om de warmteleiding aan te leggen moeten we door negentien dijken boren", betoogde Co Hamers van het Warmtebedrijf. "Dat kunnen we alleen doen buiten het stormseizoen (van oktober tot april)."

Raadscommissie ging mee met Warmtebedrijf

De raadscommissie besloot mee te gaan met het Warmtebedrijf en op 31 januari te stemmen over de aan te leggen warmteleiding. Wel wordt op voorstel van raadslid Vreugdenhil van Leefbaar Rotterdam een voorbehoud ingebouwd, zodat de aandeelhouders na de komst van het Rekenkamerrapport alsnog 'nee' kunnen zeggen.

Een meerderheid van de gemeenteraad ziet in de aanleg van het warmtenet naar Leiden een belangrijke stap in de energietransitie.

Rotterdam is momenteel verreweg de grootste investeerder en ook de provincie Zuid-Holland betaalt mee, maar met de leiding naar Leiden kunnen ook de tussenliggende gemeenten profiteren van de restwarmte.