Zo'n zestig procent van de slachtoffers die zich de afgelopen twee weken meldden bij het brandwondencentrum in Rotterdam, liep deze verwonding niet op door vuurwerk. Dat blijkt uit cijfers die Brandwondenzorg Nederland donderdag publiceerde.

Tien van de dertig slachtoffers die zich tussen 22 december en 2 januari meldden in het brandwondencentrum aan de Maasstadweg, zijn jonger dan vijf jaar. "Vaak gaat het bij de kleine kinderen om brandwonden door hete thee, handjes op de te warme kachel of omgestoten waterkokers", vertelt een woordvoerder. Geen van deze jonge kinderen in onze regio werd slachtoffer van vuurwerk. 

Het jongste vuurwerkslachtoffer bij het brandwondencentrum is een kindje van zeven jaar. "Hij kwam binnen met brandwonden door vuurwerk, maar dat stak hij niet zelf af. Het kwam in zijn capuchon terecht."

'Oud en nieuw nog steeds risicovolste dagen van het jaar'

Brandwondenzorg Nederland maakt zich zorgen over het hoge aantal landelijke vuurwerkslachtoffers. "Deze ongevallen werden veroorzaakt doordat bijvoorbeeld vuurwerk een steekvlam veroorzaakte of te vroeg ontplofte in de hand'', aldus de brancheorganisatie. "Het beeld dat oud en nieuw de twee risicovolste dagen van het jaar zijn, wordt ook deze jaarwisseling bevestigd." 

De Nederlandse Vereniging voor Traumachirurgie (NVT) maakte woensdag al bekend dat deze jaarwisseling negentig patiënten met vuurwerkverwondingen zijn geregistreerd, onder wie 32 kinderen.

Bij het Oogziekenhuis in Rotterdam zijn meer patiënten binnengekomen met oogletsel door vuurwerkongelukken dan een jaar eerder. Het letsel van de afgelopen jaarwisseling is volgens het ziekenhuis ook ernstiger dan die van de voorgaande jaren.