Het Havenbedrijf Rotterdam hoeft geen schadevergoeding van negenhonderd miljoen euro te betalen aan overslagbedrijf ECT.

Dat bedrijf heeft geen oneerlijke behandeling gehad bij de bij het uitgeven van nieuwe haventerreinen op de Tweede Maasvlakte. De rechtbank in Rotterdam oordeelde woensdag dat de geëiste schadevergoeding onterecht is.

ECT vond dat het bij de aanbesteding strenger werd behandeld dan de concurrenten en eiste de vergoeding in 2011.

Maar volgens de rechtbank maakte het Havenbedrijf bij het uitgeven van nieuwe haventerreinen geen misbruik van een economische machtspositie. Het handelde in belang van de ontwikkeling van de Rotterdamse haven op langere termijn.

Ook is niet gebleken dat het Havenbedrijf harde toezeggingen aan ECT niet nakwam. De overeenkomsten die de twee partijen uiteindelijk sloten is dan ook niet nadeliger dan die met concurrenten, luidt het oordeel.

ECT vindt dat er door de komst van nieuwe terminals op de Tweede Maasvlakte grote overcapaciteit ontstaat, waardoor het bedrijf forse verliezen lijdt. De rechtbank vindt dat het Havenbedrijf maatregelen heeft genomen om de overcapaciteit te beperken.

ECT vindt de uitspraak 'zeer teleurstellend en onverwacht'. Het bedrijf liet woensdag weten de uitspraak te bestuderen voordat het bepaalt of het beroep aantekent.