​De Verenigde Staten hebben zondag voor de vijftiende keer de olympische basketbaltitel opgeëist. De gewonnen finale tegen Servië betekende het derde goud op rij voor Team USA.

Aan de hand van uitblinker Kevin Durant, die goed was voor dertig punten, rekenden de Amerikanen met groots machtsvertoon af met de Serven: 96-66.

In 1936 stond basketbal voor het eerst op het olympische programma en toen ging de winst direct naar de Verenigde Staten, die zich ook tot kampioen kroonden in 1948, 1952, 1956, 1960, 1964, 1968, 1976, 1984, 1992, 1996, 2000, 2008 en 2012.

Servië kon aanvankelijk redelijk meekomen met Team USA. Het Balkanland keek na één kwart tegen een achterstand van maar vier punten aan (19-15), maar daarna namen de Amerikanen serieus afstand.

Halverwege was het verschil al 52-29 in het voordeel van de Verenigde Staten, waarna de NBA-sterren er een galavoorstelling van maakten in Rio de Janeiro.

Zo kon het team van coach Mike Krzyzewski eenvoudig uitlopen naar een voorspong van dertig punten (96-66). Carmelo Anthony, forward bij de New York Knicks, kroonde zich en passant nog tot topscorer aller tijden van de Amerikaanse basketbalploeg.

Brons

Door het goud van de basketballers kwamen de Verenigde Staten op een totaal van 121 medailles in Brazilië: 46 keer goud, 37 keer zilver en 38 keer brons. Daarmee sloten de Amerikanen de olympische medaillespiegel af op de eerste plek.

De strijd om het basketbalbrons werd na een spannend duel gewonnen door Spanje, dat met 89-88 nipt te sterk was voor Australië. Vedette Pau Gasol tekende voor 31 punten namens de Europees kampioen, die op de vorige twee edities van de Spelen ook eremetaal veroverde.