Polling beseft dat ze bij een 'goede dag' goud kan winnen in Rio

Kim Polling is volgende week woensdag de grote favoriet voor olympisch goud in de klasse tot 70 kilogram. De Groningse judoka beseft dat de kans groot is dat ze de titel verovert, mits ze de vorm te pakken heeft.

"Als ik geen goede dag heb dan kan een andere judoka beter zijn. Maar bij een goede dag ben ik de beste. En dan kan ik alleen van mezelf verliezen", aldus de 25-jarige Polling, die donderdag naar Rio de Janeiro afreist.

"Hoe ik ervoor kan zorgen dat ik zo'n dag heb? Dat is afwachten, al is het natuurlijk geen loterij. Mentaal heb ik me voorbereid door de Spelen te visualiseren. Mijn grootste valkuil zou onderschatting kunnen zijn. Maar dat zie ik niet gebeuren."

De drievoudig Europees kampioene is al drie jaar de nummer één van de wereldranglijst. Ze is gewend geraakt aan haar status. "Ergens vind ik dat wel jammer. Het is lekker om een persoon te hebben die je écht wil verslaan. Vroeger had ik dat met de Française Lucie Decosse, die in Londen olympisch kampioen werd. Nu ben ik degene waarvan iedereen wil winnen."

Vier potjes

Van het deelnemersveld in Rio is er ook maar één judoka waar Polling nooit van won. "Dat is een Chinees meisje, maar daar heb ik nog nooit tegen gejudood. De rest heb ik allemaal verslagen. Ik weet dus dat ik olympisch kampioen kan worden. Maar er gebeuren altijd gekke dingen in zo'n olympisch toernooi."

"Vier jaar terug stond bijvoorbeeld een Britse (Gemma Gibbons, red.) in de finale. Ze had de dag van haar leven en dat kan een judoka nu ook overkomen. Niet alle nummers één van de wereld zullen goud pakken in Rio. Hopelijk overkomt het mij wel."

Als Polling goud verovert, dan is ze pas de vierde Nederlandse judoka ooit die de titel pakt, na Anton Geesink (1964), Wim Ruska (1972) en Mark Huizinga (2000). "Vroeger droomde ik er echt van: wat als ik de vierde olympisch kampioen word?", vertelt Polling.

"Nu speelt dat niet zo in mijn hoofd. Ik weet dat het realiteit kan worden, maar ik wil niet te ver vooruit denken. Ik judo partij voor partij, ook al klinkt dat cliché. De opdracht is simpel: 's ochtends twee potjes winnen en 's middags weer twee potjes en dan heb ik goud."

"Voor mij is trouwens de eerste van die vier de spannendste, want als ik die verlies is het klaar. In andere gevallen kan ik altijd nog via de herkansing een medaille pakken. Ik moet dus zeker door die eerste pot komen."

Lees meer over:
Tip de redactie