Review: The Crew 2 voelt nog niet af

Als er één ding is waar The Crew 2 in excelleert, is het een gevoel van vrijheid. Deze openwereldracegame laat de speler vrij rondreizen door de Verenigde Staten om wedstrijden te winnen in auto's, boten en vliegtuigen. Het spel lijkt zelf niet te snappen wat zijn sterkste kanten zijn en technisch wil het allemaal niet zo vlotten.

Het cijfer 2 doet vermoeden dat we hier met een vervolg te maken hebben, maar feitelijk voelt dit spel vooral als een tweede poging om een goed idee tot leven te brengen. Opnieuw is de gehele VS nagebouwd als speeltuin voor allerlei races, vol bekende toeristische attracties en talloze geheimen om te ontdekken. Uiteraard is het allemaal niet op schaal, maar het duurt toch een dik uur om van west- naar oostkust te rijden.

Net als in deel 1 is er een verhaal. In plaats van een duister bedoeld The Fast and the Furious-achtig plot met illegale straatracers, is er dit keer gekozen voor een soort reality-tv-programma, waarbij deelnemers met het winnen van races fans en geld moeten verdienen.

Helaas is het verhaal vreselijk knullig verteld. Personages doen geforceerd hip en stoer, op een manier die vooral tenenkrommend is. Het is alsof een vijftiger in een driedelig kostuum straattaal probeert te gebruiken.

Verwissel

Het verhaal is vrij makkelijk te negeren, zodat je je kunt focussen op de races. Hier is de grootste verbetering te vinden sinds het eerste deel: rijden is niet meer de enige manier van voortbewegen. Behalve auto's verzamel je speedboten en vliegtuigen, die je elk gebruikt voor unieke race evenementen, variërend van 'standaard' straatraces tot luchtacrobatiek.

Sommige 'mijlpaalraces' bestaan zelfs uit alle drie de elementen, waarbij op vaste checkpunten in de wedstrijd naadloos wordt overgeschakeld naar een ander voertuig.

Dit zijn ook meteen de hoogtepunten van het spel, met spectaculaire momenten die zo uit een Michael Bay-film lijken te komen.

Het is nét geen Transformers-game, omdat de overgangen niet bestaan uit mechanische transformaties, maar uit filmische overgangen waarmee je in luttele seconden het luchtruim kiest of juist met een motorboot in het water duikt.

Ontbrekend spektakel

Dat spektakel ontbreekt een beetje tijdens de 'gewone' races. Hoewel er op papier voldoende variatie is, volgen de races wel erg herkenbare en steeds terugkerende patronen. Zo zijn de streetraces een oefening in falen en opnieuw proberen, totdat je de route van de race voldoende kent om te kunnen winnen.

Hierbij valt ook op dat de tegenstanders niet gebonden lijken aan dezelfde natuurwetten als je eigen wagen. Ze hoeven niet te remmen voor bochten, verliezen nooit de macht over het stuur en rijden eigenlijk altijd perfecte races. Dat betekent ook dat als je één fout maakt, je eigenlijk beter opnieuw kunt beginnen met de herstartfunctie. Je haalt de computercoureurs echt niet meer in.

Onverwoestbare bomen

Een ander frustrerend aspect van vooral de straatraces is dat negen van de tien obstakels kapotgaan als je er tegenaan rijdt, maar die tiende je met een klap tot absolute stilstand brengt. Er lijkt geen logica in te zitten. Een bushokje? Alsof het papier is. Een simpel hekwerk? Sterker dan gewapend beton.

Bij ander soorten races zijn die frustraties minder. Offroad is het bijvoorbeeld veel duidelijker dat dikke bomen onverwoestbaar zijn en de dunne bomen knappen als twijgjes.

Door al deze kleine irritaties is het jammer dat slechts een klein aantal van de races bestaat uit het wisselen tussen vervoersmiddelen. En dat terwijl je tijdens het vrij rondreizen wel elk moment kan veranderen tussen drie manieren van vervoer.

Het feit dat The Crew 2 zo veel verschillende voertuigen in het pakket heeft, is ook een risico. Hoe goed simuleer je immers al die machines? Het antwoord is: competent, maar niet briljant. Hoewel er duidelijk verschil is tussen bijvoorbeeld een Touring Car-raceauto en een offroad wagen, is het verschil tussen de modellen binnen een klasse niet zo uitgesproken.

Geen schade

Er is ook geen schademodel, wat betekent dat botsingen enkel tijd kosten maar dat de lak zelfs geen krasje opdoet. Daarnaast is er een upgradesysteem dat je op papier de mogelijkheid geeft al die voertuigen te personaliseren.

Tijdens het spelen, verdien je nieuwe onderdelen waarmee je motoren en wegligging kunt opwaarderen. Hier is echter geen enkel tactisch of zelfs maar rudimentair technisch inzicht voor nodig. Je scrolt in het menu naar het onderdeel met het hoogste nummertje en klaar.

De grootste zonde die The Crew begaat, is dat deze online-only game op het moment van schrijven nog geen speler-tegen-spelerraces kent. Je kunt wel anderen tegenkomen in de open wereld, maar geen wedstrijden tegen elkaar rijden, vliegen of varen.

Dit is onbegrijpelijk, omdat juist multiplayer een groot deel van de kritiek over de kunstmatige intelligentie teniet kan doen. Ubisoft heeft aangekondigd dat deze meerspeleroptie in december wordt toegevoegd. Dan is de game echter al maanden op de markt.

Conclusie

Gezien deze omissie (en de kleine technische onvolkomenheden en vreselijk lelijke, menselijke personages in de tussenfilmpjes) vragen we ons af of The Crew 2 eigenlijk niet beter wat langer in ontwikkeling had moeten blijven. En dat is jammer, omdat er heel wat leuke elementen in dit spel zitten die nét niet tot hun recht komen.

Races zijn wel degelijk spannend, de wereld is mooi vormgegeven en de afwisseling tussen de verschillende vervoersmiddelen maken van het vrij rondreizen een heel plezierige ervaring.

Er is zeker niet beknibbeld op inhoud, dus wie de irritaties kan vergeven, kan tientallen uren gemotoriseerd op avontuur. Maar zelfs die persoon zou wellicht beter kunnen wachten tot deze online game ook werkelijk betekenisvolle online functionaliteit bevat.

Lees meer over:
Tip de redactie