Review: Prey is een scifigame met eigen karakter

Prey lijkt op het eerste gezicht vooral een ode aan het alweer klassieke BioShock. Gelukkig ontwikkelt het spel zich tot een unieke en doordachte sciencefictiongame die je continu verloren laat voelen, maar nooit hopeloos.

Zowel Prey als BioShock schetsen met hun vormgeving en verhaalvertelling een dystopische spelwereld. In beide spellen wordt getoond wat er mis kan gaan als de slimste mensen op aarde samen een nieuwe samenleving proberen te creëren.

In Bioshock leidde dat tot de onderwaterstad Rapture, in Prey tot het ruimtestation Talos-1. De gelijkenissen tussen de twee games zijn niet vreemd: Prey-ontwikkelaar Arkane Studios werkte eerder al mee aan het tweede deel van BioShock.

Op de oppervlakte lukt het Prey zo nauwelijks om een eigen identiteit te vormen, zeker omdat het uitgangspunt van het verhaal al weinig tot de verbeelding spreekt.

Voorspelbaar begin

Als Morgan Yu word je uitgenodigd om net als je broer Alex in een onderzoeksteam op ruimtestation Talos-1 te gaan werken. Het is maart 2032 en je baant je een weg vanuit je appartement naar een nabijgelegen onderzoekscentrum, om vervolgens richting Talos-1 te vertrekken.

Een plottwist of twee later blijkt het al helemaal mis te zijn gegaan op het ruimtestation, dat inmiddels bevolkt wordt door kunstmatige intelligentie, dode of nauwelijks levende collega’s en buitenaardse wezens genaamd Typhon.

Die rare beesten kunnen zich vermommen als gewone voorwerpen zoals theekopjes of prullenbakken en zorgen zo voor flink wat schrikmomenten. Morgan weet uiteraard nergens het fijne van en dus mag jij als speler gaan onderzoeken wat er allemaal aan de hand is op Talos-1, een opzet waarvoor het gros van de sciencefictiongames kiest.

Moeilijk spel     

In het begin van het spel heb je alleen nog een moersleutel om de Typhon te lijf te gaan. De gevechten met deze beesten zijn en blijven een veeleisende bezigheid. De vermommende monsters, Mimics genaamd, vallen vooral je voeten en benen aan. Hierdoor moet je steeds naar beneden slaan (en later schieten) en dat voelt nogal ongemakkelijk.

Dit is niet per se een minpunt, het onderstreept vooral dat zelfs de relatief zwakke Mimics je dodelijk kunnen verwonden. Je ziet ze vaak niet en als je ze eenmaal hebt gespot, is het alsnog lastig om ze te raken. Dat geldt ook voor de andere Typhon-vijanden, vooral voor de Phantoms en Poltergeists.

Zij verplaatsen zich onnoemelijk snel, sneller dan je met je controller kunt richten. Hierdoor zul je er vooral in slagen om vaak te missen. Als je geen genezingsmiddelen voorhanden hebt, is de kans groot dat je in zulke gevechten het loodje legt.

In de pc-versie zal dat richten stukken makkelijker gaan dankzij een muis en toetsenbord, maar eigenlijk passen die genadeloze nederlagen juist perfect bij de spijkerharde spelwereld van Prey. Het ruimtestation Talos-1 lijkt nauwelijks ontworpen door en voor mensen.

Het is net een labyrint. Hier en daar geeft Prey je een halve aanwijzing waar je naartoe moet, maar door de indrukwekkende hoeveelheid gangenstelsels, kamers en routes heb je veelal de ruimte om zelf je koers te bepalen.

Indrukwekkende wisselwerking

Ook qua spelmechanieken is er veel variatie. Je kunt je ruimtepak naar eigen wens beter maken en zelfs je hersenen zijn aan te passen, zij het met talloze ethische consequenties. Dat is op zich weinig nieuws: cyborgvraagstukken zijn inmiddels gemeengoed binnen sciencefictiongames.

Later vlecht Prey hier nog wat ethische en biologische vraagstukken doorheen. Als je met dit soort verbeteringen instemt, maak je het jezelf makkelijker, maar het gaat tegelijkertijd ten koste van je mens-zijn.

Verhaaltechnisch levert dit interessante taferelen op, zeker tegen het einde van de game. Het draagt ook bij aan de manieren waarop je je door Talos-1 manoeuvreert. Prey moedigt je aan om het toch al gelaagde ruimtestation met haar meedogenloze monsters telkens op een andere wijze te benaderen. 

Daarin ligt de eigenlijke kracht van het spel: de wisselwerking tussen levelontwerp, nietsontziende tegenstanders en legio vernuftige speelstijlen en spelmechanieken.

Fijn tempo

Preys tempo en detaillering is hierop afgestemd. Er zijn treuzelende momenten, waarin je door een zwaartekrachtloze ruimte vliegt of e-mailgesprekken doorspit, alsook typische schietsequenties, waarin je geen tijd hebt voor tactiek vanwege de grote hoeveelheden vijanden die op je afkomen.

Als je zo’n slagveld overleeft, dan ontvouwt zich ineens een ruimte vol details die allemaal invulling geven aan de spelwereld en het verhaal van Prey. Het is daarom nauwelijks vervelend dat je in het laatste gedeelte van de game weer terugkeert naar eerder bezochte plekken van het ruimtestation.

Conclusie

Prey doet zo het onverwachte: het groeit uit tot een sciencefictiongame die prima op eigen benen kan staan. De eerste uren doen vermoeden dat het spel vooral games als BioShock, Dishonored en zelfs System Shock en Deus Ex wilt nadoen, maar Prey gaat gelukkig verder dan dat en creëert zo een eigen identiteit. 

  • Grote en toch gedetailleerde spelwereld
  • Zenuwslopende gameplay
  • Fijn tempo en spelverloop
  • Clichématig begin
  • Einde valt enigszins tegen
BEOORDELING

Prey is verkrijgbaar voor PlayStation 4, Xbox One en pc.

Lees meer over:
Tip de redactie