Nederlanders skiën minder vaak tijdens hun wintersport. Wandelen daarentegen is meer in trek bij wintersportvakantievierders.

Dat blijkt uit cijfers van CBS over het wintersportseizoen 2015-2016, dat liep van 1 oktober 2015 tot en met 29 april 2016. In totaal gingen 866.000 Nederlanders in deze periode op wintersport. 

16 procent besteedde hun vakantie voornamelijk aan wandelen. In 2014 was dit nog 10 procent. Ook snowboarden wint aan populariteit: in het seizoen 2015-2016 beoefende ruim 14 procent de sport. In 2014 was dat 11 procent.

Skiën daarentegen wordt minder vaak op vakantie gedaan. In 2014 deed 77 procent van de wintersportvakantievierders aan skiën, twee jaar later daalde dit naar 68 procent. 

Zwitserland minder populair

Oostenrijk blijft veruit de populairste bestemming om de wintersportvakantie door te brengen: 59,6 procent kiest voor dit land (515.000 wintersporters). Dat zijn bijna 40.000 mensen meer dan twee jaar geleden. Frankrijk staat met 16,5 procent op de tweede plek en Duitsland is iets minder populair met 7,9 procent. Opvallend is dat het aandeel wintersportvakanties in Zwitserland bijna is gehalveerd, van bijna 10 procent naar ruim 5.  

Gemiddeld duurde een wintersportvakantie in het seizoen 2015-2016 8,6 dagen, wat ongeveer vier dagen korter is dan een gemiddelde vakantie. Wintersport kost gemiddeld 83 euro per dag, wat 15 euro meer is dan een gemiddelde vakantie.