De opmars van bedwantsen in de afgelopen twintig jaar komt mogelijk doordat het ongedierte een dikkere huid heeft ontwikkeld. Hierdoor zijn ze minder goed te bestrijden met insecticiden.

Dat concluderen onderzoekers van de universiteit van Sydney, hun bevindingen zijn gepubliceerd in het Australische tijdschrift PLOS ONE.

Bedwantsen, ook wel bedluizen, komen af op menselijke warmte en koolstofdioxide dat vrij komt bij het uitademen. Vervolgens zuigen zij bloed. Dit kan tot grote huidirritaties leiden. Omdat de beesten zich snel kunnen vermenigvuldigen, ontwikkelt de aanwezigheid van de insecten zich al snel tot een plaag.

Vooral in hotels en medische instellingen kunnen de insecten veel problemen opleveren. Bedrijven gebruiken over het algemeen sterke bestrijdingsmiddelen om van de wantsen af te komen.

"Bedwantsen zijn, zoals bij alle insecten, bedekt met een huidskelet, een zogenaamde opperhuid. Omdat we gebruik hebben gemaakt van een rasterelektronenmicroscoop, konden we de dikte van de opperhuid van bedwantsen die resistent zijn voor insecticiden vergelijken met bedwantsen die makkelijk te doden waren met diezelfde insecticiden", legt onderzoeker David Lilly uit.

Bestrijden

De onderzoekers proberen een beter inzicht te krijgen in het biologische mechanisme van de bedwantsen. Daarmee hopen zij een zwakke plek te ontdekken die de basis kan vormen voor nieuwe bestrijdingstechnieken. Door de resistentie van de beesten moeten "strategieën om bedwantsen te bestrijden opnieuw worden geëvalueerd."