De Rotterdamse agenten die in een omstreden appgroep racistische berichten met collega's deelden, zijn weg bij het basisteam Delfshaven. De politie is met ze in gesprek over een "passende plek" elders, "binnen of buiten de eenheid".

Vijf Rotterdamse agenten deden racistische uitspraken in hun zogeheten Jan Smit-appgroep. NRC bracht naar buiten dat in de appgroep discriminerende opmerkingen werden gemaakt na de moord op de zestienjarige Humeyra. De agenten kregen hiervoor eerder een schriftelijke berisping, maar inmiddels hebben de opmerkingen grotere consequenties.

Uit gesprekken die in het district zijn gevoerd, blijkt dat het draagvlak voor deze medewerkers dusdanig is afgenomen, dat de politie vorige week met hen is gaan praten over een overplaatsing. "De conclusie is dat het beter is als zij aan de slag gaan in een team buiten dit district, om de rust terug te brengen in het team en de focus nu kan liggen op het herstellen van het vertrouwen van de buurt", aldus de politie.

Een van de vijf agenten is zelf al overgestapt naar een andere afdeling. Dit heeft volgens de politiewoordvoerder niets te maken met de appgroep. Het ging om een natuurlijk carrièreverloop.

Rotterdamse gemeenteraad verdeeld over de uitkomst

De Adviescommissie grondrechten en functie-uitoefening ambtenaren (AGFA) heeft zich in opdracht van de politie gebogen over de berisping van de agenten en ondersteunt de strafmaat.

De onafhankelijke commissie stelt dat de agenten werken in een wijk met veel armoede en migranten en dat het ze cynisch kan maken, wat vervolgens tot uiting komt in racistische uitspraken. Het is volgens de commissie geen rechtvaardiging voor de berichten, maar wel een verklaring.

Over de straf van de agenten zijn de meningen in de Rotterdamse gemeenteraad verdeeld. Zo vinden DENK en NIDA dat de betrokken medewerkers alsnog moeten worden ontslagen. Hun motie van afkeuring tegen burgemeester Ahmed Aboutaleb en de Rotterdamse politieleiding is donderdag door een ruime meerderheid weggestemd.

Een meerderheid van de raad dringt erop aan om in overleg met de Rotterdamse politie-eenheid een onafhankelijke commissie in het leven te roepen. Deze moet de politie adviseren over de omgang met klachten over discriminatie en racisme en eventuele sancties. Burgemeester Aboutaleb vindt dat de agenten, die hun excuses hebben aangeboden, een tweede kans verdienen.