Intrigerend drieluik over Steve Jobs, gespeeld door Michael Fassbender en met sterke dialogen van Aaron Sorkin.

Toen Apple-oprichter Steve Jobs in 2011 op 56-jarige leeftijd overleed was schrijver Walter Isaacson net klaar met zijn lijvige biografie over Jobs. De Apple-goeroe was bij leven al een legende, maar de biografie liet zien dat hij behalve een genie die het aanzien van de computer voor altijd veranderde ook een onuitstaanbare digitale dictator was.

Zo behandelde Jobs zijn werknemers honds en erkende hij jarenlang zijn eigen dochter Lisa niet - terwijl hij wel een computer naar haar noemde. De figuur Jobs sprak ook tot de verbeelding van filmmakers. Al in 1999 - een eeuwigheid geleden in het Apple-universum - verscheen de tv-film Pirates of Silicon Valley, waarin Jobs werd gespeeld door Noah Wyle, maar die film ging vooral over zijn rivaliteit met Microsoft-baas Bill Gates.

Recenter, in 2013, verscheen Jobs, met Ashton Kutcher als Steve Jobs. Kutcher leek sprekend op de jonge Jobs, maar miste zijn charisma. De biopic was met zijn ‘en-toen-en-toen’-aanpak ook veel te conventioneel om indruk te maken.

Aanpak

Om Jobs recht te doen was een andere aanpak nodig – think different, om met Jobs zelf te spreken. Enter Aaron Sorkin, de briljante scenarioschrijver die een Oscar won met zijn script voor The Social Network (2010), over de oprichter van Facebook, Mark Zuckerberg. Oók een film over een geniale computernerd met dictatoriale trekjes, en bovendien een fascinerend drama, mede dankzij de vlammende dialogen.

Als iemand Jobs met al zijn talenten en zwakheden tot leven kon brengen was het Sorkin. Hij baseerde zich op de biografie van Isaacson maar koos niet voor een conventionele biografische aanpak. In plaats daarvan bracht hij het leven van Jobs terug tot drie beslissende momenten: de lancering van de Macintosh computer in 1984; Jobs’ eerste presentatie na zijn ontslag bij Apple in 1998; en zijn glorieuze terugkeer in 1998 met de iMac.

Dat mag misschien klinken als een drieluik waar alleen Alexander Klöpping warm voor zou lopen, maar Sorkin maakt er een Shakespeare-drama van over een man die zichzelf waant als "Caesar, omringd door vijanden."

Bekijk de trailer:

Bale

Aanvankelijk was het de bedoeling dat Social Network-regisseur David Fincher de film zou regisseren, met Christian Bale in de hoofdrol, maar eerst viel Fincher af en vervolgens ook Bale. Jammer, want de notoir driftige Bale zou geknipt zijn geweest voor de rol van Jobs, zo vond zelfs Michael Fassbender, die de rol overnam.

De blonde acteur lijkt weliswaar veel minder op de donkerharige Jobs, maar hij heeft wel het charisma dat Kutcher zo ontbeerde. Hij is een charmeur én een etterbak; een baanbrekend genie dat altijd out of the box denkt, maar ook een stronteigenwijze autist die met zijn tunnelvisie iedereen van zich vervreemdt.

Jobs is zijn eigen grootste vijand en juist die tegenstelling maakt hem fascinerend, én op een duivelse manier grappig.

Onuitstaanbaar

Hoe onuitstaanbaar Jobs kon zijn wordt al snel duidelijk in het eerste deel, dat speelt vlak voor de presentatie van de Macintosh in 1984. De tegenhanger van de PC was al aangekondigd in een sensationele Superbowl Commercial die de verwachtingen huizenhoog opschroefde.

Vlak voor de presentatie was er echter een probleempje: het lukte nog niet om de Macintosh "Hello" te laten zeggen. Ogenschijnlijk een futiliteit, maar een halszaak voor Jobs, die dreigt zijn naaste medewerker Andy Hertzfeld (Michael Stuhlbarg) publiekelijk te kakken te zetten. Jobs' vaste assistente en zijn wandelende geweten, Joanna Hoffman (Kate Winslet), bemiddelt zo goed en kwaad als ze kan: "als je zo tegen je personeel blijft doen is er straks niemand meer om 'hello' tegen te zeggen".

Ondertussen wacht de berooide ex van Jobs, Chrissan Brennan, in zijn kleedkamer met Lisa, de dochter die hij weigert te erkennen, ook al heeft hij een computer naar haar genoemd. Genoeg ingrediënten voor drama, óók voor degenen die géén Apple-adepten zijn. Tenslotte gaat een goede sportfilm uiteindelijk ook niet echt over sport; de ook al door Sorkin geschreven honkbalfilm Moneyball (2011) was immers ook prima te genieten voor filmliefhebbers die niets met honkbal hebben.

Rode draad

Sorkin maakt de relatie tussen Jobs en Lisa de rode draad in het drieluik, dat in drie delen de opkomst, de ondergang en de herrijzenis van zijn hoofdpersoon laat zien. Steve Jobs is ook meer een Sorkin-film dan een Danny Boyle-film: de regisseur van 127 Hours doet wel iets aardigs met drie verschillende beelddragers voor de drie delen en voegt hier en daar wat nuttige flashbacks toe, maar hij weet dat hij vooral in dienst staat van het script van Sorkin.

Daardoor oogt de film meestal als een toneelverfilming - wat het niet is - maar dan wel een die briljant geschreven en prima geacteerd is. Behalve Fassbender is Kate Winslet weer eens uitstekend als assistente Hoffman en Jeff Daniels (die Sorkins dialogen nog kende van de tv-serie The Newsroom) speelt een mooie bijrol als Jobs’ surrogaatvader John Sculley, de CEO van Apple.

Seth Rogen maakt op een enkel scène na niet echt indruk als Steve Wozniak, de échte uitvinder van Apple, maar dat ligt ook aan de rol: de introverte Woz werd door Jobs achter zijn rug om 'Rain Man' genoemd.

Flop

Steve Jobs flopte in de VS, zoals ook eerder de film Jobs flopte: blijkbaar zijn de apparaten van Apple populairder dan de bedenker ervan. De film is ook minder toegankelijk dan The Social Network maar desondanks zeker de moeite waard.

Niet alleen door het hier al uitgebreid bejubelde script, maar ook door de acteerprestaties van Michael Fassbender en Kate Winslet, die nu al als kanshebbers voor Oscarnominaties worden gezien.

BEOORDELING