Het heeft een poosje geduurd, maar de Britse groep Take That keerde woensdagavond weer terug op een Nederlands podium. Ditmaal echter gereduceerd tot een trio.

De laatste keer dat Take That hier te bewonderen was, was vier jaar geleden in een volgepakte Amsterdam Arena, toen nog met Jason Orange. Bovendien was de groep destijds voor het eerst sinds 1995 op het podium met Robbie Williams herenigd, die in 2013 op eigen houtje de Arena en in 2014 tweemaal de Ziggo Dome uitverkocht.

Bij dit concert van Take That is de Ziggo Dome voor slechts tweederde gevuld. Je zou puur en alleen op basis van bezoekerscijfers dus kunnen concluderen dat Robbie Williams, die tijdens dat reünieconcert uit 2011 ook al de show stal, geliefder is dan Gary Barlow, Mark Owen en Howard Donald samen.

Tienduizend toeschouwers is desondanks een respectabel aantal voor een groep wiens laatste hitnotering alweer vijf jaar achter ons ligt. Deze trioformatie van Take That kijkt echter nauwelijks achterom, want er ligt een stevige nadruk op de nummers van het vorig jaar verschenen album III.

Utopie

Take That 3.0 zet een visueel bijzonder aantrekkelijke show neer, die zich afspeelt in een soort kleurrijke utopie met veel theatrale aspecten, een fantasierijk decor en een hoog aantal kostuumwissels. De musicalfilm The Wizard Of Oz, sciencefictionclassic Metropolis alsmede de comic Dick Tracy lijken directe stilistische invloeden.

Na een tamelijk lang intro voor een popshow trappen de drie heren af met I Like It. De eerste helft van het concert bestaat vrijwel volledig uit liedjes die dateren van na de comeback uit 2006, waaronder vakkundig uitgevoerde opvoeringen van radiohits als Patience, The Garden en Greatest Day.

Nostalgisch

Maar zelfs deze relatief recente nummers zijn alweer oud genoeg om een historie te hebben bij de fans en dus een gevoelige snaar te raken. Voor bezoekers die een kaartje hebben gekocht uit nostalgische overwegingen, is het eerste uur (los van de schitterende podiumpresentatie) een vrij lange zit.

Pas wanneer de Barry Manilow-cover Could It Be Magic wordt ingezet, lijkt de volledige Ziggo Dome op te veren van enthousiasme. De feestelijke deun is dan ook een verademing na een uur aan volmaakte, maar niet erg eigenzinnige radiopop. Het elektronische Affirmation is in toon en aankleding een knipoog naar Pet Shop Boys.

Homerun

De tweede helft van de show slaan Barlow, Owen en Howard een homerun, met een bonte presentatie van hun grootste hits. Bij The Flood rijzen de heren hoog boven het podium uit, met donkere wolken op de achtergrond, terwijl popclassics als PrayRelight My Fire en Back For Good uitmonden in een heus meezingfeest.

De handvol hits uit de nineties, minder dan een kwart van de show, is niet weinig gezien het feit dat de comeback van Take That al twee keer zolang in beslag neemt als de periode waarin de jongensgroep aanvankelijk succes had. Take That streeft perfectie na, zij het zonder het relativeringsvermogen van lolbroek Williams.