Kees van Kooten was altijd een liefhebber van de spotcartoons. Hij kent de makers bij naam en toenaam, hij herkent hun stijl, hij geniet van hun satire en scherpzinnige spotlust. Van Kooten wilde een boek over de cartoonisten schrijven, en toen werd hij geveld door een hartaanval. Zo werd Leve het welwezen een boek over cartoonisten én zijn ziekbed.​

Even zag het er niet goed uit voor de ene helft van het Simplistisch Verbond, en dat moment levert prachtpassages op. "Verbijsterd door de gedachte dat dit wel eens mijn sterfdag kan blijken, raak ik hier niet in het minst onrustig van. Integendeel. Ik ga er eens goed voor liggen en tel mijn zegeningen." 

Hij beschrijft zijn dierbaren, zijn tevredenheid en hoe hij herinnerd zal worden. Die berusting is mooi, gewoonweg mooi, en het geeft een kijkje in de ziel van Kees van Kooten, die een sereniteit vertoont die overeenkomt met zijn goedgemutstheid.

De beste grappen

Van Kootens herstelperiode op de hartafdeling is deels een verslag van zijn ziekbed, en gaat deels toch over zijn geliefde cartoonisten. Hiertoe verzint hij een kamergenoot die van kruin tot teen in de reeks van de Koot en Bie-typetjes past: ene meneer Hartman (ha), een voormalige stationschef bij de NS die zweert bij zijn moppenboek met grappige tekeningetjes.

Van Kooten vindt Hartmans moppenboek matig, waarmee hij een aanleiding creëert om uit te leggen waar een geslaagde cartoon in zijn ogen aan moet voldoen. Er zit altijd een tegenstelling in, een twist die tot nadenken stemt, een dubbele bodem, tekst en beeld moeten elkaar aanvullen, en de spotprent is als een goed vertelde grap met een uitsmijter waar je zelf op moet komen. Ter illustratie zijn er vele (besproken) cartoons afgebeeld. 

De dingen die voorbijgaan

Het boek is luchthartig van toon, de schrijver neemt zichzelf graag op de hak alsook zijn levensstijl die hij debet acht aan zijn hartaanval. Het ziekbed en de verpleging worden flegmatiek ondergaan en waar even de ruimte is, schittert een grap of een vankootiaanse woordspeling.

De Van Kooten die wel eeuwig veertig lijkt/leek, mijmert in Leve het welwezen aangenaam berustend over zijn oude(re) dag en de dingen die voorbijgaan.

Uitgeverij De Harmonie