In Hollywood geniet de kunstvervalser een hoge mate van glamour. De Amerikaanse hoogleraar Noah Charney, expert in kunstcriminaliteit, is "not amused". 

De Nederlander Robert D. werd verleden maand tot vijf jaar en drie maanden cel veroordeeld voor vervalsing van kunstwerken van de Zwitserse beeldhouwer Alberto Giacometti (1901-1966). D. omschreef zichzelf als "een van de succesvolste kunstvervalsers ter wereld".

Zelfs Michelangelo begon zijn loopbaan als "vervalser". De populariteit van Romeinse standbeelden bracht hem destijds op het idee deze na te maken om brood op de plank te krijgen.  

De scheidingslijn tussen vervalsen en namaken is in eerste instantie diffuus in Charneys uitgebreide studie over kunstcriminaliteit, een fenomeen waar miljarden euro's in omgaan. Want het namaken van bestaande kunst waarmee de artiest in spe zijn vaardigheden wilde polijsten, had niet direct snode opzet. Noch de vele werken die door leerlingen van beroemde kunstenaars als Botticelli of Titiaan in hun atelier werden gemaakt, en die later als authentiek werden verhandeld.

Kenner staat voor joker

Elke vervalsingszaak is een rapsodie van zucht naar erkenning, geld, macht en wraak, aldus Charney. De bulk van zijn boek is een mals relaas over hedendaagse kunstenaars annex vervalsers die zich miskend voelden en/of geen toegang tot het elitaire kunstwereldje kregen.

Ze revancheerden zich door grootmeesters uit de schilderkunst te kopiëren, waarmee ze twee vliegen in één klap sloegen: de connaisseur die het werk als authentiek beoordeelt staat voor joker, en de verguisde artiest heeft het bewijs geleverd net zo knap het penseel te kunnen hanteren als schilders wier werken monsterbedragen oogsten op veilingen.

Het ego is volgens Charney een heet hangijzer, in vele opzichten. Vaak willen de kopers en vooral kenners niet toegeven dat ze hebben geblunderd en houden ze vol dat ze het bij het rechte eind hebben. Zo hangen er her en der werken in musea wier herkomst wordt betwist. En reputatieschade van een kunsthistoricus kan grote gevolgen hebben, zoals twijfel over andere werken die door hem als authentiek zijn beoordeeld.

7 miljoen voor vervalsing

Door moderne technieken die de herkomst van materialen kunnen achterhalen en dateren, wordt het steeds moeilijker, zo niet onmogelijk, om nog een oude meester te vervalsen. De latere kunstenaars daarentegen zijn kwetsbaarder voor vervalsingen. Neem het werk van Max Ernst (1891 - 1976).

Zeven zogenaamde werken van Ernst van de vervalser Wolfgang Beltracchi zijn door de bekende kunsthistoricus Werner Spies als authentiek aangemerkt. Eén daarvan is voor 7 miljoen dollar aan een verzamelaar verkocht.

Dergelijke praktijken gaan Charney duidelijk aan het hart. De toegankelijke maar neutrale toon laat de auteur bij dit soort gevallen heel even varen, en hij maakt er een punt van dat Beltracchi, die uiteindelijk door de mand viel, zo'n lage straf kreeg.

"De straf is niet zo afschrikwekkend als die voor andere criminelen. [...] De zaak-Beltracchi laat zien dat de gebruikelijke ontmoedigende factoren voor misdaad niet opgaan bij kunstvervalsing. Je kunt je zelfs afvragen of er wel voldoende redenen zijn het niet eens te proberen."

Kunstvervalsing is verschenen bij Uitgeverij Terra.