Op 20 maart is het zover: Nederlanders mogen naar de stembus om hun keuze voor de leden van de Provinciale Staten en de waterschappen te maken. In aanloop naar de verkiezingen maakt NU.nl een serie verhalen over de rol van waterschappen en de provincie in ons dagelijks leven, met vandaag: hoe de provincies de jarenlange krimp van het Nederlandse bos kunnen omkeren.

Jaap Kuper komt graag in het bosgebied rond Amerongen op de Utrechtse Heuvelrug. De mooie dikke bomen in het oude dennenbos kregen in de afgelopen decennia gezelschap van jonge loofbomen die spontaan waren opgekomen. Samen vormden deze bomen een gemengd bos. "Die loofbomen hadden de toekomst", zegt Kuper, die jarenlang rentmeester was op de Veluwe. "Nu zijn stukken van 2 hectare groot door bomenkap veranderd in een kale vlakte."

Kuper betreurt het volledig kappen van gebieden van deze grootte. De afgelopen jaren heeft hij verschillende gedeeltes van het Amerongse Bos op deze manier zien verdwijnen. Staatsbosbeheer noemt dit "verjongingskap". Hierbij worden alle bomen in een gebied van 1 tot 2 hectare weggehaald, waarna op termijn nieuw bos ontstaat.

Kuper heeft een andere term voor deze praktijk: "Kaalkap is geen slimme methode", stelt de secretaris van de stichting Natuurvolgend Bosbeheer. "Bossen hebben zich de laatste honderd jaar ontwikkeld tot veelzijdige ecosystemen, en dat verlies je volledig bij kap. Het landschap wordt afgekloven. Eerst had je bos en nu een kale vlakte. Voordat het weer is zoals het was, ben je tachtig tot honderd jaar verder."

Jaarlijks verdwijnt 3.000 hectare bos

Provincies zijn verantwoordelijk voor het beleid van de bossen in Nederland. Het natuurbeleid werd in 2013 overgeheveld van het Rijk. Een van de kerntaken van de provinciale staten is het realiseren van nieuwe natuur en het behouden van de huidige natuur. Verschillende organisaties voeren dat beleid uit.

Dat heeft de laatste jaren niet geleid tot een groei van het bos. Sinds 2013 verliest Nederland jaarlijks meer bos dan dat er nieuw wordt geplant. Per jaar verdwijnt ruim 3.000 hectare bos, dat deels wordt gecompenseerd door het elders planten van ruim 1.600 hectare bos. Wageningen University & Research becijferde dat het Nederlandse bosareaal tussen 1990 en 2013 - een periode waarin ontbossing werd gecompenseerd - toenam van 362.046 hectare tot 375.679 hectare. In 2017 was de oppervlakte geslonken tot ongeveer 346.000 hectare.

Drie redenen voor krimpend bos

Staatsbosbeheer beheert ruim een kwart van de Nederlandse bossen. De organisatie wijst op drie redenen waarom het Nederlandse bos krimpt. Ten eerste moeten stukken bos soms wijken voor infrastructuur en woninguitbreiding. Daarnaast lopen subsidies voor tijdelijk bos op landbouwgrond op z'n einde. "Op aardappelvelden werden in de jaren zestig bijvoorbeeld populieren geplant", vertelt Staatsbosbeheer-woordvoerder Imke Boerma. "Deze bomen zijn nu oud en maken weer plaats voor landbouwgrond."

Ten derde maken bossen plaats voor andere natuurvormen. Sinds vorig decennium worden delen bos omgevormd tot bijvoorbeeld heiden of zandverstuivingen. Dit gebeurt bijvoorbeeld in het duingebied van Schoorl. "Dat doen we om de biodiversiteit te bevorderen", zegt Boerma van Staatsbosbeheer. "Vogels als de veldleeuwerik en de nachtzwaluw doen het slecht in het bos. Voor die soorten vormen we sommige bosgebieden om tot heides. Als we dat niet doen verliezen we dier- en plantensoorten in Nederland."

Staatsbosbeheer kapt ook bomen omdat het geld oplevert. "De inkomsten vormen een belangrijke pijler onder de financiering van ons werk", meldt de organisatie. Boerma nuanceert dat beeld: "Van houtverkoop word je niet rijk, we houden er uiteindelijk weinig aan over."

Waarom is bos belangrijk?

Het krimpende bosareaal zou kunnen suggereren dat het bos weinig nut heeft voor mensen die geen natuurliefhebber zijn. Maar dat is niet terecht, want bossen kunnen de CO2-uitstoot compenseren. Bomen nemen CO2 op uit de lucht en slaan dat op. Dat is dan ook de reden dat in het klimaatakkoord een uitbreiding van het Nederlandse bosgebied wordt voorgesteld.

Een skidder van Staatsbosbeheer. (Foto: Staatsbosbeheer/Hans van den Bos)

Richtlijnen klimaatakkoord over bos

  • Voorkomen ontbossing. Afname van CO2-vastlegging door ontbossing wordt zo veel mogelijk voorkomen.
  • Uitbreiding bos en landschap. Door aanleg van extra bomen en bos- en natuurgebieden binnen en buiten het Natuurnetwerk Nederland, in de openbare ruimte, bij infrastructuur en op landbouwgrond wordt de CO2-vastlegging vergroot.
  • Waar ontbossing noodzakelijk is, maken partijen gezamenlijke afspraken over een adequate CO2-compensatie.

Hoogleraar Europese bossen Gert-Jan Nabuurs van Wageningen University & Research wijst naar deze passages van het klimaatakkoord en zegt dat er maar één ding op zit om het bos in betere staat te brengen. "Dan moet je actiever gaan planten. Met bomenkap verlies je die opgeslagen CO2 weer. Je kunt best kappen, maar je moet ervoor zorgen dat je dat in balans houdt. Dat gebeurt nu niet."

Volgens Nabuurs is hierin een grote rol voor de provincies weggelegd. "Provincies hebben de gronden in eigendom en kunnen makkelijk sturen op meer bos. Ook kan er kritischer worden gekeken naar ontbossing. Is heidevorming echt nodig? Actief bomen inplanten is decennia niet gebeurd. Het is makkelijk, maar de politieke wil is zeer beperkt. Het komt nog steeds voor dat bos ruimte moet maken voor een nieuwe weg, en dat gaat vaak om kleine stukjes die samen een groot gebied maken. Ook uitbreidende gemeentes en vakantieparken zorgen voor bomenkap."

Een kapvlakte bij de Amerongse Berg. (Foto: NU.nl/Bram Mabelis)

'Provincie zich te weinig bewust van taak'

Ook Kuper van Natuurvolgend Bosbeheer wijst naar de provincies. "Sinds de decentralisatie moet het provinciebestuur een eigen specifiek bosbeleid hebben. Ze hebben die taak gekregen, maar zonder extra kennis en personeel. Provincies zijn wel bezig met het maken van een eigen beleid, maar ze zijn zich er nog te weinig van bewust dat ze deze taak hebben."

De voormalige rentmeester ziet liever dat bosbeheerders bossen permanent uitdunnen, zodat je geen grote kale vlaktes meer krijgt. Op die manier laat je volgens Kuper het bossysteem intact.

Staatsbosbeheer wil 5.000 hectare inplanten

Staatsbosbeheer stelt ook in het planten van nieuwe bossen te geloven. De organisatie was betrokken bij het opstellen van het klimaatakkoord en wil de komende jaren 5.000 hectare van het eigen terrein gaan inplanten om bij te dragen aan het akkoord.

"Daarmee zijn we er niet, meer partijen zijn nodig", vertelt Boerma van Staatsbosbeheer. "Het zal een paar jaar duren voordat de ontwikkeling van het bosverlies weer de andere kant op gaat. Maar je kunt in principe snel meer bos krijgen door te planten. Jonge bomen zien er misschien niet uit als bos, maar je moet ergens beginnen."

Dat betekent echter niet dat Staatsbosbeheer zal stoppen met de bomenkap. "Het gaat ons om de juiste natuur op de juiste plek. We hebben meer uitdagingen dan alleen het klimaat. Zo moeten we ook zorgen voor biodiversiteit."

Hier vind je onze stemhulp per waterschap