De koopkracht zal volgend jaar voor gepensioneerden en uitkeringsgerechtigden door aangepast kabinetsbeleid meer stijgen dan bleek uit de laatste prognose van het Centraal Planbureau (CPB).

De gemiddelde koopkrachtstijging bedraagt 1,5 procent in plaats van de eerder geraamde 1,3 procent, bevestigen ingewijden aan NU.nl na berichtgeving van het AD

In de Macro Economische Verkenningen (MEV), die op Prinsjesdag door het CPB wordt gepubliceerd maar donderdag al door de krant is ingezien, staat dat de koopkrachtstijging voor gepensioneerden met 1,5 procent aansluit bij het gemiddelde. Eerder kwam de koopkrachtontwikkeling voor die groep nog uit op 1,1 procent. 

Voor uitkeringsgerechtigden blijft de stijging onder het landelijk gemiddelde, maar is die met 0,9 procent wel hoger dan de eerder geraamde 0,5 procent. 7 procent van deze groep levert zelfs geld in, al was dat in de eerste berekeningen nog 14 procent. 

Kritiek op koopkrachtplaatje voor uitkeringsgerechtigden 

Dat ruim een op de tien mensen met een uitkering in de oude situatie volgend jaar minder geld overhouden, kwam het kabinet op kritiek te staan. In eerste instantie bagatelliseerde premier Mark Rutte die kritiek. "Om nou de nadruk te leggen op die een van de tien, ik zou de nadruk leggen op die negen op de tien", zei Rutte drie weken geleden. Nu blijkt dat hij alsnog iets aan die situatie wil veranderen.

Dit kabinet plust er ook iets bij voor gezinnen met kinderen. Aanvankelijk kon deze groep een koopkrachtstijging van 1,4 procent tegemoetzien, dat wordt nu 1,6 procent. In totaal gaat nu naar verwachting 93 procent er volgend jaar op vooruit.

In doorsnee ziet 96 procent zijn inkomen in 2019 stijgen.

Koopkracht voor helft van mensen vorig jaar gedaald

In 2017 steeg de koopkracht slechts gemiddeld met een half procent, bleek eerder op de dag uit berekeningen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Een jaar daarvoor steeg die nog met 3 procent. In de tussentijd bleef de economie groeien. 

Onderling waren er grote verschillen. Zo kregen werkenden er geld bij, maar leverden gepensioneerden juist in. Dat kwam voornamelijk omdat de pensioenen niet meestegen met de economie (dat wordt indexeren genoemd), schrijft het statistiekbureau.

Opmerkelijk genoeg zag bijna de helft van alle mensen vorig jaar hun besteedbaar inkomen dalen. Dat had vooral te maken met de magere loonontwikkeling, de groei kwam nauwelijks uit boven de stijging van de consumentenprijzen (inflatie).