DEN HAAG - Ondanks een dalend budget voor ontwikkelingssamenwerking zal Nederland het komende jaar meer geld vrijmaken om in arme landen de voedselzekerheid, seksuele gezondheid, water, veiligheid en rechtsorde te bevorderen.

De gedachte erachter is dat Nederland op deze terreinen effectief kan helpen, omdat er veel kennis en ervaring is. Daarnaast gaat meer aandacht uit naar economische versterking en zelfredzaamheid.

Dat blijkt dinsdag uit de begroting van minister Uri Rosenthal en staatssecretaris Ben Knapen van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking voor 2013. Het kabinet vervolgt de weg die het de afgelopen jaren al is ingeslagen.

In 2013 stelt Nederland 353 miljoen euro beschikbaar om ondernemers in ontwikkelingslanden een impuls te geven. Dat bedrag stijgt naar 416 miljoen euro in 2015.

Handel

Zodra het kan, zullen de Nederlandse bemoeienissen worden gericht op handel en investeringen in plaats van op hulp. Dat is volgens de bewindslieden al het geval bij Colombia, Zuid-Afrika en Vietnam.

Tegelijk zal het kabinet het aantal doelen in ontwikkelingshulp verder verminderen. Volgens de bewindslieden is deze ''versnippering'' al met 20 procent teruggebracht. Dat betekent dat minder hulp wordt gericht op onderwijs, gezondheidszorg, goed bestuur en milieu.

Miljard minder

In totaal zal het kabinet volgend jaar ruim 4,3 miljard euro uitgeven aan ontwikkelingssamenwerking. Dat is ruim 1 miljard euro minder dan het oude kabinet van Jan Peter Balkenende destijds had bedacht voor 2013.

Er was bij het aantreden van het eerste kabinet-Rutte in 2010 al afgesproken dat het ontwikkelingsbudget omlaag ging van 0,8 naar 0,7 procent van alles wat Nederlanders samen in totaal verdienen (bbp).