Steeds meer commerciële bedrijven omarmen Pride Amsterdam. Betekent dat ook dat meer bedrijven hun slaatje uit het evenement proberen te slaan? Dat valt mee, stelt de organisatie. Bedrijven komen er de laatste jaren minder makkelijk mee weg.

De Amsterdam RAI tweette zondag dat de evenementenlocatie jaarlijks de regenboogvlag hijst uit support voor de gemeenschap. Dat schoot Pride in het verkeerde keelgat. "RAI doet graag mee aan de Pride maar wil ons wel 5.000 euro laten betalen om daar de Pride Walk te laten starten. Talking about pinkwashing", reageerde de organisatie. RAI liet later weten korting te geven, maar wel kosten te moeten doorberekenen voor bijvoorbeeld verkeersregelaars. Voor Pride bleef het desondanks te duur.

Wat is pinkwashing?

  • De laatste jaren is er steeds meer aandacht voor het begrip pinkwashing. Dit betekent dat bedrijven de lhbti-gemeenschap inzetten als marketingmiddel, zonder zich daadwerkelijk in te zetten voor de emancipatie van deze groep. Zo zijn er bedrijven die regenboogproducten verkopen maar voor werknemers geen lhbti-beleid voeren en de winst van de producten in eigen zak steken.

Krijgt de organisatie van Pride vaker met pinkwashing te maken, nu steeds meer bedrijven Pride lijken te omarmen? "Over het algemeen zien we juist dat er beter over wordt nagedacht", zegt Martijn Albers van Pride Amsterdam in gesprek met NU.nl. "Op enkele gevallen na, beseffen grote bedrijven vaker dat het gebruik van de regenboogvlag niet altijd vrijblijvend kan zijn."

Bedrijven die aan pinkwashing doen, worden daar door Pride Amsterdam (of het COC) op aangesproken. "Vaak is dat een wake-upcall: stom, niet aan gedacht." Ook de lhbti-gemeenschap is er volgens Albers steeds actiever in. "Eigenlijk kom je er als bedrijf steeds minder vaak mee weg."

Samenwerking met grote bedrijven

Pride Amsterdam is de afgelopen edities steeds meer samenwerkingen aangegaan met grote bedrijven. Dat leidt soms tot kritiek: de Pride zou te commercieel zijn geworden en juist pinkwashing faciliteren.

"Je kan ons niet zomaar sponsoren", verdedigt Albers. "Een bedrijf moet een beschreven inclusiviteits- of diversiteitsbeleid voeren. Pas dan kan je lid worden van onze businessclub, waarmee je minimaal een paar jaar verbintenis aan de Pride laat zien."

Het vereiste inclusiviteitsbeleid houdt in dat bedrijven een veilige omgeving moeten creëren voor lhbti's en andere minderheden. Ook moet er bijvoorbeeld aandacht zijn voor de positie van vrouwen. Volgens Albers werken de bedrijven op deze manier aan een inclusievere samenleving. "Bedrijven zijn op dat front steeds vaker activisten."

In de geschiedenis van Pride zijn er verschillende bedrijven geweigerd. Zo mocht winkelketen Primark niet meevaren op de botenparade omdat het merk kleding produceert in landen waar homoseksualiteit verboden is. "Het kan soms twee jaar duren voordat een bedrijf wordt toegelaten, omdat dan pas het beleid op orde is."

Pride afhankelijk van sponsoren

Bedrijven die Pride Amsterdam willen sponsoren moeten minimaal drie jaar lid zijn en betalen jaarlijks 1.500 euro. Dat geld wordt gebruikt voor vaste lasten en activiteiten rond Pride.

Wie mee wil doen aan de botenparade, betaalt meer: van 125 euro voor kleine particuliere initiatieven tot 90.000 euro voor landelijke bedrijven en multinationals. "Grote bedrijven maken het bijvoorbeeld mogelijk dat ook kleinere, niet-commerciële boten kunnen meevaren met de botenparade", aldus Albers.

Het geld is hard nodig, benadrukt hij. "Ik snap dat mensen die de achtergrond niet kennen de Pride te commercieel vinden. Maar de Pride organiseren is duur, denk aan alle faciliteiten en vergunningen die geregeld moeten worden."

Van kuisheidsverklaring tot flyboarders: zo werd botenparade klapstuk van Pride
119
Van kuisheidsverklaring tot flyboarders: zo werd botenparade klapstuk van Pride