De World Energy Outlook 2008 komt pas volgende week woensdag uit, maar de verontrustende conclusie van het toonaangevende rapport is al uitgelekt:

Met conventionele methoden is de collectieve klimaatdoelstelling van de EU en de Verenigde Naties niet langer technisch haalbaar.

‘Nog afgezien van enig debat over de politieke haalbaarheid … is het onzeker of de schaal van de beoogde transformatie zelfs technisch mogelijk is, aangezien het scenario uitgaat van grootschalige ontwikkeling van technologieën die nog niet bewezen zijn’, zegt het rapport van het Internationaal Energie Agentschap (IEA).

Het betreft het scenario waarin de gemiddelde wereldwijde temperatuurstijging beperkt blijft tot twee graden, overeenkomend met de algemeen aanvaarde uiterste bovengrens om ‘escalerende klimaatverandering’ te voorkomen.

Een groeiend aantal klimaatwetenschappers wijst op het risico van positieve terugkoppelingen in het klimaatsysteem, bijvoorbeeld door verdrogende natuur die zelf extra CO2 gaat uitstoten, of door het vrijkomen van methaan onder smeltende permafrost. Wanneer de temperatuurstijging de 3 graden bereikt kan deze daarom automatisch doorschieten naar 4 graden en verder.

Rampscenario
Ook het IEA rapport staat vol waarschuwingen. De olieprijs komt permanent boven de 100 dollar per vat. Onze economische afhankelijkheid van de OPEC neemt toe. De wereldwijde olieproductie kan niet verder omhoog en in 2015 is de vraag naar olie elke dag 7 miljoen vaten groter dan het aanbod.

In 2030 gebruikt de wereld 45 procent meer energie dan nu - een toename die volgens de huidige trends vrijwel volledig bestaat uit gestegen consumptie van fossiele brandstoffen. Als gevolg hiervan zal de jaarlijkse mondiale CO2-uitstoot toenemen van 28 gigaton nu naar 41 gigaton in 2030. Daarmee is de noodzakelijke ombuiging van de uitstoot niet ingezet en ligt de aarde op koers voor een gemiddelde temperatuurstijging van 6 graden.

Kortom, de alarmbel die uitgaat van dit rapport zal IPCC 4AR uit 2007 ruimschoots overtreffen. Want niet het natuurwetenschappelijke proces van klimaatverandering kenmerkt het doemscenario, maar ons eigen onvermogen om te veranderen.

Kop of munt
Sinds de World Energy Outlook van vorig jaar was al duidelijk dat het kantje boord zou worden. Het IEA noemde toen een halvering van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen tot 2050 ‘mogelijk’, in het scenario waarbij zowel internationale samenwerking alsook investeringen in alle relevante technologieën maximaal zouden zijn. Een wereldwijde emissiereductie van 50 procent zou echter nog steeds zorgen voor een verdere toename van de CO2-concentratie.

De concentratie broeikasgassen zou dan tussen de 500 en 550 ppm te stabiliseren zijn. Zelfs in dat scenario bestaat al een kans van 50 procent dat de gemiddelde temperatuurstijging de grens van twee graden zou overschrijden.

Gevolgen
Opmerkelijk aan het nieuwe rapport zijn dus niet de sombere vooruitzichten, maar de fatalistische conclusie die het IEA er zelf uit lijkt te trekken: ‘de implicatie is dat de wereld misschien een hogere opwarming dan de huidige doelstelling moet accepteren’. Het laatste rapport van het IPCC en praktisch alle sindsdien verschenen klimaatstudies maken evenwel juist duidelijk hoe 'onacceptabel' het negeren van de kritische grens is.

Nog los van het risico op zelfversterkende klimaatverandering zullen de directe gevolgen bij twee graden al overal merkbaar zijn en grote schade opleveren. Zo zal al het zee-ijs van de Noordpool in de zomer verdwijnen, zal de landbouwproductiviteit wereldwijd onder druk komen te staan en naar verwachting maar liefst 35 procent van de mondiale biodiversiteit verloren gaan.

Ook het nieuwe internationale klimaatverdrag heeft als voornaamste doelstelling om de wereldwijde temperatuurstijging tot twee graden te beperken. Zelfs als dat lukt, is er nog steeds een omvangrijk internationaal adaptatiefonds nodig, om arme landen te helpen bij maatregelen tegen misoogsten, drinkwatertekorten en overstromingen, stelt ook het UNFCCC.

De onderhandelende partijen zijn tijdens de klimaattop op Bali vorig jaar akkoord gegaan met dit fonds. Volgens de huidige vooruitzichten moet de internationale gemeenschap het fonds elk jaar met 50 miljard dollar voeden. Wanneer temperatuurstijging echter verder oploopt, zullen ook de directe economische schade en de kosten van aanpassingsmaatregelen verder toenemen.

Immense en ongekende uitdaging
Technische onmogelijkheid is altijd relatief, erkent ook het IEA, dat alle noodzakelijke maatregelen voor scherpe emissiereducties heeft onderzocht. ‘De schaal van de uitdaging is immens’, stelt het rapport. ‘De technologische verschuiving, als deze mogelijk is, zou absoluut ongekend zijn in schaal en snelheid van ontwikkeling.’

Cost of (in)action
Om het doel nog haalbaar te maken zou de prijs voor een ton CO2 moeten oplopen tot 180 dollar. De wereld zou jaarlijks 625 miljard moeten uitgeven aan klimaatbeleid, overeenkomend met 0,55 procent van het bruto mondiaal product. Maar in tegenstelling tot de financiële kosten voortvloeiend uit de schade van klimaatverandering betreft dit wél geld dat rechtstreeks en gericht terugstroomt in de economie.

En de werkelijke uitgave is weer een stuk lager omdat door de eveneens noodzakelijk energiebesparing jaarlijks 290 miljard dollar aan begrotingsruimte overblijft. Maar 'de twee graden doelstelling tóch halen' hangt van meer af dan enkel investeringen. Het IEA stelt simpelweg dat functionerende steenkoolcentrales uit gebruik moeten worden genomen. Een moratorium op de bouw van nieuwe kolencentrales is daarmee al een vanzelfsprekendheid. Tot slot bespreekt het rapport zelfs voor het eerst opties voor geo-engineering, zoals ‘carbon scrubbers’, kunstbomen die CO2 uit de atmosfeer halen - één van de vooralsnog onbewezen technologieën.

(c)Hier.nu/Rolf Schuttenhelm