Spaargeld, beleggingen en schulden moeten worden aangegeven in box 3. U betaalt 1,2 procent belasting over uw vermogen als dat boven de vrijstelling uitkomt (21.139 euro per belastingplichtige in 2012).

Schulden kunt u alleen in mindering brengen als deze meer bedragen dan het drempelbedrag van 2900 euro (5800 euro voor partners).

Belastingschulden mag u niet aftrekken van uw vermogen, een uitzondering geldt voor schenk- en erfbelasting.

Er gelden extra vrijstellingen, bijvoorbeeld voor groen beleggen en voor spaarloon. Bij diverse vormen van groen beleggen krijgt een vrijstelling van 56.420 euro (per belastingplichtige) in box 3 en een heffingskorting in box 1 van 0,7 procent.

Spaarloon

Voor spaarloon geldt dat als het tegoed op een geblokkeerde rekening staat, een aparte vrijstelling van 17.025 euro geldt. De vrijstelling wordt jaarlijks verlaagd met het deel van het tegoed dat vrijvalt na de blokkeringstermijn van vier jaar. De overgangsmaatregel geldt tot 1 januari 2016.

Echter de verhoging op uw heffingsvrij vermogen voor minderjarige kinderen is vervallen. U dient wel het vermogen van uw kind op te geven.

Heeft u beleggingen dan kunt u dividendbelasting verrekenen met de te betalen belasting. Bij dividenduitkeringen houdt de bank 15 procent in, dat is het percentage wat u in mindering mag brengen.

Zie ook:
Aangifte doen voor 1 april
Belastingtips voor woningeigenaren
Belastingtips voor particulieren