Dijkgraaf vraagt studenten termen hoog- en laagopgeleid niet meer te gebruiken
Demissionair onderwijsminister Robbert Dijkgraaf wil af van de termen hoog- en laagopgeleid. In een open brief aan toekomstige studenten pleit hij ervoor zulke "hiërarchische aanduidingen" niet meer te gebruiken in het dagelijkse taalgebruik.
Daaronder vallen ook de termen hoger en middelbaar onderwijs. "Daar moeten we echt mee stoppen", schrijft de minister. "Want de ene studie staat niet boven de andere. Alle soorten opleidingen zijn gelijkwaardig. Of het nu mbo, hbo of wo is."
Vooral in de zorg, onderwijs en techniek is grote vraag naar mbo- en hbo-opgeleide mensen. Maar in het onderwijs is een race naar de top ontstaan waar een 'hogere' opleiding status geeft, merkt het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Dat moet anders, vindt Dijkgraaf. Hij ziet dan ook liever dat de termen hbo en wo worden gebruikt als alternatief voor hoger onderwijs, of hbo- en wo-opgeleiden in plaats van hoogopgeleiden.
Termen juridisch aanpassen heeft 'bijzonder grote consequenties'
De open brief van Dijkgraaf wordt gesteund door studentenorganisaties JOB MBO, ISO en LSVb en door het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS).
De minister laat weten dat de termen juridisch aanpassen "bijzonder grote consequenties" heeft wat betreft de wetgeving en kosten. Daarom wil hij een begin maken met het veranderen van het dagelijkse taalgebruik, allereerst op zijn eigen ministerie. Hij roept iedereen op dat voorbeeld te volgen.
Het is niet de eerste keer dat een minister vraagt de termen te schrappen in het taalgebruik. GroenLinks stelde in 2017 ook al voor niet meer te spreken van hoog- en laagopgeleid. Toenmalig onderwijsminister Ingrid van Engelshoven kon zich daar toen ook in vinden.
