Amper vertrouwen in politiek betekent niet dat opkomst bij verkiezingen inzakt
Het vertrouwen van Nederlanders in de politiek is op dit moment enorm laag. Maar het betekent niet dat we daarom ook niet naar het stemhokje gaan. "Alleen mensen die denken dat stemmen écht geen zin heeft, blijven vaker thuis."
Het gaat goed met de opkomst bij de Tweede Kamerverkiezingen, ziet Josje den Ridder, wetenschappelijk medewerker bij het Sociaal Cultureel Planbureau. "Het schommelt de laatste jaren op en rond de 80 procent, en dat is eigenlijk best hoog. Zeker als je het vergelijkt met andere landen." Daarbij plaatst zij wel de kanttekening dat bij verkiezingen voor lokale gemeenten en de Provinciale Statenverkiezingen de opkomst vaak stukken lager uitvalt.
Wie de mensen zijn die niet stemmen, is moeilijk te zeggen. Zij doen vaak ook niet mee aan onderzoeken of enquêtes. Volgens Den Ridder gaat het om mensen die maximaal een basisschool-, vmbo- of mbo-opleiding hebben, jongeren of juist heel oude mensen die moeilijk naar het stembureau kunnen komen. "Of personen met een migratieachtergrond en die wat minder vertrouwen in de politiek hebben."
Laagste vertrouwen in de politiek sinds 2012
Maar Den Ridder benadrukt dat mensen die minder vertrouwen hebben in de politiek niet automatisch verkiezingen overslaan. "Als het vertrouwen in de politiek laag is, zorgt dit niet altijd voor een slechtere opkomst bij verkiezingen." Als voorbeeld wijst ze naar de Tweede Kamerverkiezingen in 2021. "Toen was er ook niet bijster veel vertrouwen in de politiek, maar was de opkomst ook rond de 80 procent."
Den Ridder: "Een deel van de mensen met weinig vertrouwen stemt juist op partijen die hen het gevoel geven dat ze erdoor vertegenwoordigd worden. In 2002 was dat Lijst Pim Fortuyn (LPF), recenter gaat het om partijen als de PVV, Forum voor Democratie, de BoerBurgerBeweging en nu ook de partij van Pieter Omtzigt." Volgens haar gaat het om partijen die zeggen dat de politiek niet functioneert en dat dit moet veranderen. "Zij mobiliseren de kiezers met weinig vertrouwen, die dan juist willen gaan stemmen."
Groep die wegblijft van stembureau is enorm divers
Alleen als mensen denken dat stemmen écht geen zin heeft, doen ze het niet. Maar er zijn ook andere redenen waarom mensen thuisblijven. "De meest opgegeven reden is dat mensen geen tijd hebben, of op vakantie zijn", zegt Den Ridder. "Dat gaat vaak samen met een andere reden: gebrek aan interesse. Een kleine groep blijft thuis uit principiële overwegingen, zoals Jehovah's Getuigen."
Ze benadrukt dat iemands sociale omgeving ook bijdraagt aan de wil om te stemmen. Volgens haar voelen mensen die wél stemmen een soort 'burgerplicht'; mensen die vinden dat stemmen hoort bij de kern van de democratie. "Maar als jij in een omgeving woont waar het er nooit over gaat, word je ook minder aangespoord om te stemmen." Zo waren er bij vorige verkiezingen hele stedelijke gebieden waar de verkiezingsopkomst ver achterbleef.
Hoe krijg je die mensen dan wel naar de stembus? Gemeenten kunnen daarbij een rol spelen. Maar uit een rondvraag van NU.nl langs grote gemeenten blijkt dat er dit jaar niet extra wordt ingezet om mensen aan het stemmen te krijgen. Het blijft vooralsnog bij de gebruikelijke grote verkiezingsborden en het verzenden van een brief met de stempas.
'Stemmen in Nederland is al vrij laagdrempelig'
Den Ridder zegt dat de overheid al veel dingen doet om de verkiezingsopkomst te vergroten. "Je kunt op veel verschillende plekken stemmen, stembureaus zijn lang open, je kunt mensen machtigen om voor jou te stemmen. Het is laagdrempelig."
Het is volgens haar vooral belangrijk dat mensen weten dat hun stem ertoe doet. "Er moet veel aandacht voor zijn, via bijvoorbeeld de media, en partijen moeten duidelijk maken waar ze voor staan. Daar kunnen gemeenten minder aan doen."
Extra inspanningen zouden vooral veel geld kosten en weinig opleveren, vermoedt Den Ridder. "En veel van dat soort dingen doe je ook niet vlak voor de verkiezingen, dat is iets dat je moet opbouwen." Het ligt volgens haar vooral bij de politieke partijen zelf. "Richt campagnes op specifieke groepen of wijken. Partijen doen dat bijvoorbeeld al als ze langs de deuren gaan. Dat heeft sneller een effect op de opkomst."


