Kabinet maakt extra beveiligde gevangenis Vught strenger voor zware criminelen
Het kabinet maakt het regime in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught strenger voor zware misdadigers die daar in de cel zitten. Ze mogen onder andere minder bellen, minder bezoek ontvangen en minder onderling contact hebben. Ook komt er visueel toezicht bij gesprekken tussen advocaten en deze gevangenen.
De nieuwe regels moeten ervoor zorgen dat gevangenen in de EBI hun contacten met de buitenwereld niet misbruiken om criminele activiteiten uit te voeren. Dat schrijft minister Franc Weerwind (Rechtsbescherming), mede namens minister Dilan Yesilgöz-Zegerius (Justitie en Veiligheid), maandag in een brief aan de Tweede Kamer.
Volgens Weerwind schieten de huidige regels tekort. Momenteel mogen gevangenen drie keer per week tien minuten bellen. Ze mogen ook drie bezoekers per week ontvangen.
Straks mogen gedetineerden nog maar één keer per week tien minuten bellen. Bovendien moet de andere beller zich fysiek op een locatie bevinden die door de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) is aangewezen. Het maximale aantal bezoekers gaat naar één per week.
Weerwind werkt ook aan een wet om een kleine groep gevangenen in de EBI nog strengere beperkingen op te leggen. Zo wil de minister mogelijk maken dat bepaalde manieren van communiceren of het contact met bepaalde mensen verboden kan worden als die "zeer ernstige risico's voor de veiligheid van de samenleving" vormen. Hierbij hoort ook visueel toezicht op gesprekken tussen die specifieke groep gevangenen en hun advocaat.
De maatregelen zijn een direct gevolg van het contact tussen Ridouan T. en zijn toenmalige advocaat en tevens neef Youssef T. De verdenking is dat Ridouan leiding kon blijven geven aan zijn criminele organisatie omdat Youssef als doorgeefluik zou hebben gefungeerd.
Ook zou Ridouan een uitbraak uit de EBI hebben gepland en moesten medewerkers van de gevangenis onderduiken omdat criminelen achter hun adressen probeerden te komen.
Minister Weerwind wil het wetsvoorstel begin volgend jaar voorleggen aan de Tweede Kamer.

