Hoe was de relatie tussen het ministerie van Economische Zaken (EZ) en de oliebedrijven Shell en Exxon? Dat was een van de vragen die woensdag centraal stonden tijdens de openbare verhoren van de parlementaire enquête naar de gaswinning in Groningen. De gesprekken stonden in schril contrast met de eerste twee dagen, toen de gedupeerden en wetenschappers aan het woord waren. De twee verhoren gaven een klein inkijkje in de "gigabelangen" die er speelden.

De verhoren die deze week gehouden worden, zijn vooral bedoeld om op hoofdlijnen alles rondom de gaswinning in kaart te brengen. Daarvoor kwamen maandag gedupeerden langs en dinsdag wetenschappers. Op beide dagen werd pijnlijk duidelijk dat ze zich niet gehoord voelden. De gesprekken gingen vooral over de schaduwkanten en gevolgen voor de Groningers.

Woensdag stond juist in het teken van de bestuurlijke kant. De verhoren moesten een beeld schetsen van de gasketen, het beleid en hoe betrokken partijen met elkaar omgingen. George Verberg, sinds 1973 topambtenaar bij EZ en later jarenlang CEO van Gasunie, was eerst aan de beurt.

"Het ging erom dat de machine zo effectief mogelijk draaide", zei Verberg over hoe de gaswinning, van exploitatie tot aan verkoop, was vormgegeven. Hij was niet betrokken bij de allereerste afspraken in 1962 tussen de Staat en Shell/ExxonMobil, maar wist er veel over.

Wie is George Verberg?

  • Begon in 1973 als ambtenaar op het ministerie van EZ
  • Schreef mee aan de eerste Energienota van Nederland
  • Was in de periode 1982-1988 directeur-generaal (DG) Energie op EZ
  • Een DG heeft de leiding over een bepaald deel van een ministerie
  • Maakte in 1988 de overstap naar Gasunie en was daar van 1992 tot 2004 CEO

'Waar zijn de olies nou mee weer mee bezig?'

Dat gaat om het zogeheten gasgebouw. Dit is geen echt gebouw, maar een complexe structuur waarin alle betrokken partijen in de keten met elkaar verweven zitten. Aan de grondslag lag de publiek-private samenwerking tussen de Staat en "de olies", zoals Verberg Shell en Exxon noemt.

Naar buiten toe straalde het gasgebouw eenheid uit, vertelde Verberg. Maar binnenkamers ging het er pittig aan toe. "De partijen wisten dat ze met gigabelangen bezig waren. Het was geen speelgoed."

Daarom kwamen volgens de oud-topambtenaar "de pitbulls en terriërs van het ministerie" weleens naar hem met de vraag: "'Waar zijn die olies nou weer mee bezig?' Dan volgde er een heel stevig gesprek met de olies."

'Groningenveld behoorde tot top tien moneymakers Shell en Esso'

Dat de belangen groot waren, bleek ook uit het verhoor van Annemarie Jorritsma. Zij was minister van Economische Zaken van 1998 tot 2002. In die tijd werd de gasmarkt geliberaliseerd en stond Jorritsma regelmatig in contact met de oliebedrijven.

In deze periode werd ook wettelijk vastgelegd dat de kleine gasvelden die Nederland rijk was voorrang kregen op het Groningenveld. Het Gronings gas werd toen al jaren gebruikt als buffer, maar dat stond nog niet juridisch op papier.

Jorritsma heeft naar eigen zeggen in die periode "een heel stevig gesprek" gehad met Exxon. "Dat was van een geheel andere orde dan met Shell. Ik vermoed dat bij Shell meespeelde dat zij best veel op de kleine velden zaten. Exxon concentreerde zich heel erg op het Groningenveld."

Volgens de oud-minister had Exxon maar één belang: "Veel uit het veld halen. Daar verdienden ze het meest aan en dat was het makkelijkste." Verberg: "Het Groningenveld behoorde tot de top tien van moneymakers voor Shell en Exxon gedurende vele decennia, hoewel de Staat veruit het meeste binnenhaalde."

Het gasgebouw in 2014.

Het gasgebouw in 2014.
Het gasgebouw in 2014.

Verberg haalt fel uit naar de OVV

Verberg stak woensdag niet onder stoelen of banken dat hij nog steeds vol achter de publiek-private samenwerking staat die tot de liberalisatie bestond. Hierdoor "verambtelijkte" het niet en werd "de bodemschat effectief en efficiënt ontwikkeld". Hij liet meerdere keren blijken trots te zijn op het gevoerde beleid en de gemaakte beleidskeuzes.

Zijn woorden staken af bij de conclusies van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OVV) uit 2015. Die oordeelde dat er jarenlang geen rekening is gehouden met de veiligheid van Groningers, omdat andere belangen op de eerste plaats stonden. Ook uitte de OVV felle kritiek op de opzet van het gasgebouw. De macht lag bij een te kleine groep mensen.

De oud-topambtenaar trok tijdens zijn verhoor hard van leer tegen de OVV. Het rapport is "beneden peil" en "de naam Raad voor Veiligheid niet waard", zei Verberg kwaad. Hij vindt dat de raad te makkelijk conclusies heeft getrokken.

Geen zorgen om zware beving Roswinkel

Het ging woensdag verder weinig over de aardbevingen en gevolgen voor de Groningers. Wel werden beide getuigen gevraagd naar de zware beving bij het Drentse Roswinkel in 1997.

"Maakte u zichzelf zorgen?", wilde de commissie weten van Verberg. Dat had hij als topman van Gasunie niet gedaan. De veiligheid was ondergebracht bij andere partijen, zoals het KNMI. "Zolang daar geen alarmbellen afgingen, was dat niet iets waar ik mij bezorgd over voelde."

De beving leidde tot veel schadeclaims. In die tijd werd opgeroepen om de bewijslast om te keren. Burgers moesten destijds zelf bewijzen dat schade aan hun huis was veroorzaakt door aardbevingen. Door omkering zouden de oliebedrijven moeten bewijzen dat dit niet zo was.

Jorritsma hield vast aan het oude beleid, omdat het omkeren naar haar idee zou leiden tot heel veel rechtszaken. "Ik geloofde niet dat de positie van de burger daar beter van werd. De bedrijven hebben heel diepe zakken." De oud-minister zei woensdag dat ze hier nog steeds achter staat.

'Dat kan ik me niet herinneren'

Het verhoor met Jorritsma verliep relatief moeizaam. Ze liet aan het begin meteen weten dat ze "diep in haar geheugen had moeten graven". De commissie moest meerdere keren genoegen nemen met antwoorden als "Ik vind niet dat ik hier zit om meningen te geven", "Dat kan ik me niet herinneren" en "Ik ga over nu niks zeggen, want u moet mij bevragen over die periode van vier jaar".

Commissielid Hülya Kat sloot dan ook af met de constatering: "Ik stel hier de vragen en u kiest ervoor daar geen antwoord op te geven."