De Eerste Kamer is tegen een initiatiefvoorstel van D66 om kinderopvangcentra het recht te geven om kinderen die niet zijn gevaccineerd tegen kinderziektes te weigeren. Alleen D66 stemde voor het eigen voorstel, dat voor de coronapandemie uitbrak nog met een ruime meerderheid in de Tweede Kamer was aangenomen.

Met het wetsvoorstel wilde D66 de kinderopvangcentra veiliger maken. De senaat is nu tegen, omdat de coronaprik ook onder de wetswijziging zou vallen. Het voorstel zou daardoor in de opvang kunnen leiden tot een onderscheid tussen kinderen die wel en kinderen die niet tegen corona zijn gevaccineerd.

De initiatiefnemers Paul van Meenen en Rens Raemakers wilden het initiatiefvoorstel nog met een zogeheten novelle repareren. Dat is een manier om het voorstel inhoudelijk te verbeteren of aan te vullen. De Tweede Kamer moet zich daarover dan eerst nogmaals uitspreken, voordat de Eerste Kamer zich er opnieuw over buigt.

De stemming in de senaat werd daarom al enkele weken uitgesteld, maar D66 had meer tijd nodig. Dat lukte niet. Onder meer voorstander VVD zag zich daardoor genoodzaakt om toch tegen de voorgestelde wetswijziging te stemmen, zeiden de liberalen voorafgaand aan de stemming. Fractie-Nanninga vond het spijtig dat er geen kans kwam om de novelle uit te werken. Corona heeft het initiatief "in de wielen gereden", vatte senator Martin van Rooijen van 50PLUS de tegenstand samen.

'Wet is nooit bedoeld om coronavaccinaties verplicht te stellen'

Van Meenen is teleurgesteld nu het voorstel in de prullenmand ligt. "Ik heb aangegeven de bezwaren te erkennen en de wet aan te willen passen, maar die kans heb ik niet gekregen. De wet is nooit bedoeld om coronavaccinaties verplicht te stellen. De wet is bedoeld om kinderen te beschermen en ouders zekerheid te bieden."

De D66'er is bezorgd omdat "uitbraken van zeer besmettelijke en gevaarlijke ziektes als mazelen nog altijd op de loer liggen door de dalende vaccinatiegraad". Hij denkt nog na over een vervolg.

Brancheverenigingen eens met doel wetsvoorstel

De Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang (BMK) was het eens met de bedoeling van het wetsvoorstel, omdat het ouders in staat stelde "om te kiezen voor een kindercentrum dat zoveel mogelijk beschermt en zo veilig mogelijk is".

Het vaccinatievraagstuk raakt volgens BMK de hele samenleving. "Kinderen spelen en bewegen overal: op zwemles, in de zandbak en niet alleen in de kinderopvang. En ook pedagogische professionals bewegen zich in een omgeving met andere mensen."

Voorzitter Gjalt Jellesma van de Belangenvereniging van Ouders in de Kinderopvang (BOinK) is geen voorstander van verplichte vaccinatie tegen bijvoorbeeld mazelen, maar vindt dat ouders het recht hebben om te weten of in een kinderopvang kinderen verblijven die niet zijn geprikt. Het recht van een ouder om zijn kind niet te laten prikken, gaat niet boven het recht van een andere ouder om zijn kind veilig te weten, zegt hij.

Mocht de privacywetgeving tegenhouden dat er helderheid kan worden verschaft over de aanwezigheid van ongevaccineerde kinderen in de opvang, dan moet de Kamer daarnaar gaan kijken.