De jeugdzorg moet flink op de schop. Dat blijkt uit een 31 pagina's tellende brief die staatssecretaris Maarten van Ooijen (Jeugdzorg) eind vorige week naar de Tweede Kamer stuurde. Vandaag gaat hij erover in debat met het parlement. Wat wil het kabinet allemaal veranderen?

Er zitten allemaal "foute prikkels in het systeem", schreef Van Ooijen aan de Kamer. "Daar moeten we vanaf."

Een zo'n foute prikkel is volgens de bewindsman dat er "steeds meer geld, tijd en energie naar lichtere vormen van hulp gaat, terwijl we dat allemaal hard nodig hebben om beter voor de meest kwetsbare kinderen te zorgen."

De koersverandering gaat niet over één nacht ijs en is ook niet afkomstig van Van Ooijen alleen: er liggen meerdere onderzoeken, rapporten en adviezen aan ten grondslag. Er wordt vooral voortgeborduurd op het advies van de zogenoemde Commissie van Wijzen.

In dat advies uit juni vorig jaar staat onder andere dat gemeenten 1,9 miljard euro extra van het Rijk moeten krijgen om de jeugdzorg beter uit te voeren. Ook moet de jeugdzorg op de schop om het jeugdzorgstelsel beter en houdbaar te maken, ook op de lange termijn.

Wat is jeugdzorg?

  • Jeugdzorg is een verzamelterm voor jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering.
  • Jeugdhulp is hulp voor kinderen bij psychische problemen of een verstandelijke beperking. Ook opvoedhulp valt onder jeugdhulp.
  • Jeugdbescherming is altijd opgelegd door een kinderrechter en wordt gedwongen ingezet als de veilige en gezonde ontwikkeling van een kind in gevaar is. Een uithuisplaatsing is bijvoorbeeld een jeugdbeschermingsmaatregel.
  • Jeugdreclassering kan worden opgelegd als een jongere met de politie in aanraking is geweest.

Dat die houdbaarheid onder druk staat, is een gevolg van onder meer het toegenomen gebruik van jeugdzorg. In 2021 ontving 1 op de 7 jongeren een vorm van jeugdzorg, blijkt uit cijfers van het CBS. In 2015 was dat 1 op de 10 en in 1997 ongeveer 1 op de 27.

"Kinderen en jongeren die met de meest complexe problematiek te maken krijgen en jongeren met een levenslange en levensbrede beperking of aandoening lijken vaak het minst geholpen te worden", aldus Van Ooijen. "Zij dreigen te verzanden in een systeem waarin lichte hulp floreert."

Ondanks de problemen gaat er wel steeds meer geld naar de zorg. "Niet houdbaar", schrijft Van Ooijen, en dus komt hij met zijn zogenoemde "vijf leidende principes":

Zorg voor de kwetsbaarsten

Jongeren met complexe problemen en jongeren die hun leven lang een beperking of aandoening hebben, worden van het kastje naar de muur gestuurd, schrijft Van Ooijen. Het gaat bijvoorbeeld om jongeren met een eetstoornis, een chronische aandoening of een jeugdbeschermingsmaatregel. Zij komen te vaak op wachtlijsten of ontvangen niet de juiste hulp.

"Dit komt bijvoorbeeld doordat onvoldoende juiste zorg voor hen is ingekocht of doordat partijen onvoldoende met elkaar samenwerken om tot een goede oplossing voor hen te komen", schrijft Van Ooijen. Hij pleit daarom voor meer regie vanuit de overheid.

Onnodig gebruik van jeugdzorg terugdringen

'Gewoon' gedrag wordt tegenwoordig minder snel gezien als 'gewoon'. Dat leidt tot "onnodig beroep op jeugdzorg", schrijft Van Ooijen.

Het moet dus duidelijker worden wat wel en wat niet onder jeugdzorg valt. Het kabinet wil dit "strakker afbakenen".

Minder marktwerking

"Het moet in de jeugdzorg gaan over kinderen helpen, niet over winst maximaliseren", schrijft Van Ooijen om zijn pleidooi voor minder marktwerking te onderbouwen.

"Perverse prikkels" zoals onnodig gebruik van jeugdzorg en een te lange behandelduur moeten eruit. Het kabinet wil daarom een maximum op winsten en strengere regels bij de inkoop van zorg.

Het is ook niet altijd duidelijk wat werkt in de jeugdzorg en bestaande kennis wordt te weinig gebruikt. Daarom wordt zorg "die bewezen niet effectief is" uitgesloten. Behandelingen waarvan de effectiviteit niet is bewezen, worden nader onderzocht.

Een zogenoemde 'kwartiermaker' moet dit in kaart gaan brengen.

Ook aandacht voor armoede

De oorzaak van de problemen van kinderen ligt vaak bij slechte huisvesting, schulden, armoede, verslavingsproblemen of een verstandelijke beperking van de ouders, of relatieproblemen tussen ouders.

"Bij vragen van gezinnen is jeugdzorg niet altijd het goede antwoord", schrijft Van Ooijen dan ook. Daarom wordt er ook aandacht besteed aan de problemen van armoede.