Het aantal besmettingen is stabiel en in het ziekenhuis liggen weinig mensen met corona, maar de pandemie is nog niet voorbij. Sterker: een nieuwe coronagolf in het najaar is aannemelijk. De overheid is hierop niet goed voorbereid, zeggen experts maandag tijdens een rondetafelgesprek met Tweede Kamerleden.

"Als er een nieuwe golf komt, we weten niet wanneer dat is, kan dat ingewikkelde vragen opleveren. Komt er dan een nieuwe lockdown?" vraagt Tanja van der Lippe, hoogleraar sociologie aan de Universiteit Utrecht, zich af.

Onder anderen Van der Lippe schreef het in september vorig jaar verschenen rapport 'Navigeren en anticiperen in onzekere tijden', een publicatie van de Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen (KNAW).

"Nu is het daar juist de tijd voor. Het is relatief rustig. Krijgt de COVID-19-zorg voorrang of kan dat niet meer worden gevraagd van hen die al op de wachtlijsten staan?" aldus Van der Lippe.

Het is volgens de wetenschapper belangrijk om het daar nu over te hebben, zodat ingrijpende maatregelen makkelijker worden geaccepteerd als die moeten worden genomen.

In het het WRR/KNAW-rapport worden vijf scenario's uiteengezet waarmee het kabinet rekening zou moeten houden. Dat gaat van 'terug naar het oude normaal' tot een worstcasescenario waarbij de pandemie jaarlijks meer slachtoffers eist en wereldwijd blijft circuleren, schreven de wetenschappelijke instituten vorig najaar.

'Onze zorg is niet flexibel genoeg om volgende golf op te vangen'

"We varen nu op het meest waarschijnlijke scenario dat het 'griep-plus'-scenario wordt genoemd", zegt Xander Koolman, gezondheidseconoom aan de VU Amsterdam. In dat scenario gaan de WRR en de KNAW er vanuit dat corona geen pandemie meer is met terugkerende, seizoensgebonden oplevingen.

Koolman: "Maar zelfs in dat scenario denk ik dat de kans bestaat dat we richting een lockdown gaan, omdat onze zorg niet is geflexibiliseerd op een manier die nodig is om toekomstige golven op een normale manier te verwerken."

Veel meer verpleegkundigen in een korte tijd opleiden lukt niet, zegt Koolman, maar zij kunnen wel anders worden ingezet als de situatie daar om vraagt. Dat is alleen specifiek voor Nederland lastig, aldus de hoogleraar.

Koolman schetst het Nederlands zorgstelsel als een veld met veel verschillende zorgaanbieders. Sommigen hebben een winstoogmerk, anderen weer niet, maar allemaal hebben ze een grote handelingsvrijheid.

Die vrijheid wordt pas opgegeven als er paniek is, meent Koolman. "De overheid lijkt af te wachten met handelen totdat er weer paniek is. Dat is heel jammer, want we hadden dat kunnen veranderen."

'Er zijn geen gegevens om tot een voorspelling te komen'

André Knottnerus, hoogleraar epidemiologie en medische statistiek aan de Universiteit Maastricht en eveneens auteur van het WRR/KNAW-rapport, benadrukt dat het juist nu 'in vredestijd' belangrijk is om zo goed mogelijk voorbereid te zijn. "We hebben vaak meegemaakt dat we dachten dat we alert waren, maar toen het virus voorbij was, zakte het weer in. Dan ben je juist kwetsbaar als samenleving."

Op zich is de samenleving "schokbestendig en veerkrachtig", zegt Van der Lippe, maar er zijn ook groepen die dat minder waren, zo is gebleken de afgelopen jaren. Dat waren niet alleen kwetsbaren uit medisch oogpunt, maar ook de groep die over weinig sociaal-economische hulp kon beschikken. "De overheid heeft de verantwoordelijkheid om hen te beschermen. Zij zijn minder zelfredzaam", aldus Van der Lippe.

Daarom is het in haar ogen belangrijk voor het kabinet de vijf scenario's goed door te nemen. "Zodat we weten wat we moeten doen voor het geval dat."

Welke kant het opgaat met het virus weten we niet. "Er zijn geen gegevens om tot een voorspelling te komen", zegt Knottnerus.

Het RIVM is jaloers op Denemarken en het VK

Toch zou het RIVM meer inzicht willen om zicht te krijgen en te houden op het virus, zegt Susan van den Hof, hoofd van het Centrum voor Epidemiologie en Surveillance van Infectieziekten van het RIVM tijdens hetzelfde rondetafelgesprek.

Zij kijkt daarbij enigszins jaloers naar haar collega's in Denemarken en het Verenigd Koninkrijk, waar het delen van gegevens volgens haar goed is geregeld. "Daardoor hadden ze heel goed zicht op wat aan de hand was."