Welke richting het kabinet ook kiest om spaarders te compenseren voor het teveel aan betaalde belasting op spaargeld, de rekening loopt flink op. De oplossing zou zomaar zo'n 7 miljard euro kunnen gaan kosten. In het prijzigste scenario kan dat bedrag zelfs oplopen tot 11,7 miljard euro.

Dat blijkt uit de verschillende varianten die staatssecretaris Marnix van Rij (Belastingdienst) vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Het ministerie van Financiën zit flink te puzzelen over compensatie voor belastingbetalers in box 3 (waarin spaarders en beleggers worden belast) sinds de Hoge Raad eind vorig jaar een streep door het beleid heeft gehaald.

Vooral spaarders zijn in 2017 en 2018 niet eerlijk belast door de fiscus en hebben recht op compensatie, oordeelde de rechter.

De Belastingdienst rekent met een fictief rendement en hanteert sinds 2017 een vaste beleggingsmix. Hoe hoger het vermogen van mensen, hoe meer zij beleggen, veronderstelt de fiscus. "We faalden met name bij de vermogensverdeling", zegt Van Rij in een toelichting. "Die fictie slopen we eruit."

Het fictieve rendement blijft vooralsnog de komende jaren bestaan, simpelweg omdat de Belastingdienst nog niet voor iedereen het werkelijk behaald rendement kan uitrekenen. Die wens is er al jaren, maar blijkt IT-technisch vooralsnog niet haalbaar. Vanaf 2025 moet dat wel mogelijk zijn.

Eerste variant kost 6,9 miljard euro

Hoe hoog de compensatie wordt, hangt af van wie er allemaal wordt gecompenseerd en voor welke periode.

Grofweg liggen er nu twee opties op tafel. In beide gevallen wordt er voor mensen die hun geld op een spaarrekening hadden staan gekeken naar de actuele spaarrente. Die was in de afgelopen jaren zeer laag en in sommige gevallen zelfs 0 procent. Daar kun je dus geen belasting over heffen.

Voor de niet-spaarders, dat zijn met name mensen die in aandelen en obligaties hebben belegd, maakt de uiteindelijke variant wel uit.

In het eerste voorstel wordt gekeken naar wat het gemiddelde rendement over de laatste vijftien jaar was. Het idee hierachter is dat je geen grote uitschieters hebt. Een zeer goed beursjaar telt dan maar voor een vijftiende deel mee. Hetzelfde geldt voor een slecht jaar.

Deze variant kost de staatskas 6,9 miljard euro.

Kosten kunnen oplopen tot 11,7 miljard euro

In de tweede variant wordt gekeken naar het desbetreffende belastingjaar. Dat sluit dus aan bij de wens om belastingplichtigen zoveel als mogelijk te belasten op basis van het werkelijk behaald rendement.

Maar aan die laatste variant zit een behoorlijk prijskaartje van 11,7 miljard euro, dat is direct de duurste optie.

Zij krijgen dan compensatie voor alle jaren dat de oneerlijke belasting gold. Dus niet alleen voor 2017 en 2018 (de jaren waarover de Hoge Raad uitspraak deed), maar ook voor de periode 2019 tot en met 2022. Het belastingtarief is in die jaren immers niet aangepast.

Kabinet heeft ook een variant voor alleen bezwaarmakers

Er zijn ook berekeningen gemaakt van een variant waarbij alleen de 60.000 bezwaarmakers worden gecompenseerd. Dan bedraagt de rekening in het gunstigste geval 2,4 miljard euro.

Maar het is onwaarschijnlijk dat daarvoor wordt gekozen. De Kamer vroeg unaniem om breder te kijken dan alleen naar deze groep. Ook Van Rij liet al in debatten doorschemeren dat iedereen recht heeft op compensatie.

Het wordt dus een behoorlijke rekening, waarvan de uitkomst deels aan de Kamer wordt overgelaten. Die debatteert daar volgende week woensdag over.

De knoop wordt doorgehakt bij het opstellen van de voorjaarsnota waarover de coalitie en het kabinet de komende weken achter gesloten deuren onderhandelen.

Dan wordt ook duidelijk waar al die miljarden van moeten worden betaald.