D66 presenteert donderdag een initiatiefwetsvoorstel om de wettelijke bedenktijd van vijf dagen voor abortus af te schaffen. Naar verwachting stemt een Kamermeerderheid hiermee in. Dat is ook hoog tijd, vindt Ineke van der Vlugt van expertisecentrum voor seksualiteit Rutgers.

Jaarlijks ondergaan in Nederland zo'n 30.000 vrouwen een abortus. De meesten van hen zijn tussen de 25 en 30 jaar. Op dit moment moet iedere vrouw die ongewenst zwanger is verplicht vijf dagen nadenken over de keuze voor abortus. Die dagen liggen tussen het gesprek met een arts en de abortus zelf.

De wet die de vijf dagen verplicht stelt, dateert uit de jaren tachtig en is bedoeld om vrouwen een "weloverwogen besluit" te laten maken. In Nederland is de bedenktermijn van vijf dagen een van de weinige restricties rondom abortus.

Het initiatiefwetsvoorstel van D66 stelt dat de huidige wet tegen de autonomie van de vrouw ingaat. "Abortuszorg zou juist verleend moeten worden op een manier die vrouwen respecteert als een persoon die in staat is autonoom beslissingen te nemen", staat er in het wetsvoorstel.

Daarbij zijn de vijf dagen volgens de partijen in strijd met de standpunten van de wereldgezondheidsorganisatie WHO. Die rapporteerde namelijk in 2012 dat de verplichte bedenktijd ervoor kan zorgen dat vrouwen hun zorg uitstellen, waardoor zij minder goed geholpen kunnen worden.

Verplichte bedenktijd is 'een onnodige drempel'

Van der Vlugt, programmamanager anticonceptie en abortus bij Rutgers, is blij met het politieke draagvlak voor de afschaffing van de verplichte bedenktijd. Ze noemt de vijf dagen een "onnodige drempel". "Het is heel belangrijk dat je als vrouw achter je besluit staat. Maar de meeste vrouwen hebben dat besluit zélf al genomen en het besproken met hun partner, familie of ouders." Ook is er nog altijd een arts in het spel, die bekijkt of je besluit weloverwogen is en ondersteuning biedt bij twijfel.

De overgrote meerderheid van de vrouwen is echter zeker van de keuze om de zwangerschap af te breken en krijgt achteraf geen spijt. "We weten uit onderzoek dat wanneer vrouwen meer bedenktijd hebben, zij niet ineens terugkomen op hun besluit", aldus Van der Vlugt. De verplichte vijf dagen kunnen volgens haar onnodig stressvol en emotioneel belastend zijn.

Het verschilt dan ook per persoon hoeveel bedenktijd iemand nodig heeft. "Laat dat aan de vrouw zelf. Het is ondermijnend en betuttelend om ervan uit te gaan dat vrouwen zelf niet goed zouden kunnen beslissen over hun zwangerschapsbeëindiging", aldus Van der Vlugt. Dat hoeft volgens haar dan ook niet bij wet geregeld te worden. "Abortus is iets waar vrouwen goed over kunnen nadenken, en dat is bovendien hun zelfbeschikkingsrecht."

Nieuwe wetgeving zal niet leiden tot impulsiviteit

Bij Rutgers verwachten ze niet dat de afschaffing van de vijf dagen ineens tot "impulsieve abortussen" zal leiden. Het is en blijft een ingrijpend besluit om te kiezen voor een abortus, dat volgens Van der Vlugt losstaat van de bedenktijd. "Vrouwen zullen geen andere keuze maken." Bovendien zullen artsen en hulpverleners de situatie toetsen en waar mogelijk proberen te helpen bij de keuze.

Voor veel vrouwen zal het afschaffen van de vijf dagen dan ook opluchting brengen. "Zij hoeven dan niet onnodig lang te wachten op behandeling, wat spanning en stress kan veroorzaken."

Abortus als medisch-ethische kwestie

Medisch-ethische kwesties als deze liggen gevoelig in de huidige coalitie van VVD, D66, CDA en ChristenUnie. Het initiatief van D66 om de verplichte vijf dagen te schrappen zal naar verwachting niet tot hoogspanning in de coalitie leiden. Het verstrekken van de abortuspil door huisartsen of de 'voltooid leven-wet' zijn eerder prangende kwesties.

Volgende week wordt er in de Kamer gepraat over de abortuspil en over het voorstel waarmee huisartsen deze kunnen gaan verstrekken. Momenteel kan de pil alleen in het ziekenhuis of speciale klinieken worden voorgeschreven.