De Tweede Kamer debatteert dinsdag en woensdag met de regering over de kabinetsplannen. Premier Mark Rutte moet de oppositie zien te paaien, omdat de coalitie van VVD, D66, CDA en ChristenUnie geen meerderheid heeft in de Eerste Kamer, maar de kritiek bij de oppositie zwelt juist aan.

Aanvankelijk staarden de oppositiepartijen zich blind op de besparing van de zorgkosten van een kleine 5 miljard euro. Er gaat de komende kabinetsperiode meer geld naar de zorg, maar de stijgende lijn wordt iets afgeremd.

De discussie vernauwde zich vervolgens tot de vraag of er nu wel of niet wordt bezuinigd op de op een na grootste kostenpost van de overheid.

Dat was een maand geleden. Inmiddels heeft het Centraal Planbureau (CPB) de regeringsplannen doorgerekend en hebben oppositiepartijen de kans gehad om alles minutieus door te lezen.

Oppositie zet tanden in AOW en jeugdzorg

Sommige partijen hebben hun tanden inmiddels in de AOW gezet. Het staatspensioen stijgt niet mee met de voorgenomen verhoging van het minimumloon met 7,5 procent. Dat is tot nu toe wettelijk wel zo geregeld.

PvdA en JA21 zijn tegen deze zogenoemde ontkoppeling, lieten zij vorige week bij Nieuwsuur weten. Deze partijen kunnen de coalitie afzonderlijk aan een meerderheid helpen in de Eerste Kamer. Overigens compenseert het kabinet in de plannen AOW'ers deels met een hogere ouderenkorting.

De jeugdzorg is een ander heikel punt. Sinds 2015 zijn gemeenten daarvoor verantwoordelijk in plaats van de Rijksoverheid. Er werd met die verschuiving ook een bezuiniging doorgevoerd.

Dat geeft problemen, want het piept en kraakt in de jeugdzorg. Er is op veel plekken te weinig geld en onvoldoende kennis. Daarbovenop wil het kabinet nu structureel een half miljard euro bezuinigen.

Gemeenten: Kwetsbare kinderen dupe van plannen

"Dit is onhaalbaar", schreef de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in reactie op de plannen. Het is volgens de gemeenten "niet te vermijden dat kwetsbare kinderen en gezinnen hiervan de dupe worden".

GroenLinks-leider Jesse Klaver liet al weten dat zijn partij achter de gemeenten staat in hun strijd tegen de bezuiniging. Coalitiepartij CDA noemt het "gezeur" van de VNG bij monde van Tweede Kamerlid René Peters "misplaatst".

Hoe het kabinet precies van plan is om een half miljard euro te bezuinigen, is voor het CPB in ieder geval nog onduidelijk. De voorstellen zijn volgens de rekenaars "onvoldoende uitgewerkt". Het kabinet heeft in ieder geval tot 2025 om nog naar een eventuele oplossing te zoeken. Pas dan staat de bezuiniging in de boeken.

Wat als de rente stijgt?

Geld is sowieso een rode draad in de kritiek op de plannen. Het kabinet wil tientallen miljarden euro's lenen op de kapitaalmarkt om de problemen met stikstof, klimaatverandering en de energietransitie te betalen.

Het is niet alleen de vraag of deze eenmalige uitgaven ook echt eenmalig zijn. Het CPB denkt van niet, want er zitten ook risico's aan. Nu leent de Nederlandse overheid bijvoorbeeld tegen een zeer lage rente, maar wat als die rente de komende jaren stijgt?

Dat heeft een fors effect op de al oplopende staatsschuld. Het CPB gaf alvast een waarschuwing dat die schuld met het huidige beleid op de langere termijn fors oploopt.

Het kabinet geeft aan het einde van de rit ruim 26 miljard euro meer uit. Dat is veel meer dan de coalitiepartijen hebben laten doorrekenen in hun eigen verkiezingsprogramma's.

Niet voor niets schreef het CPB dat de rekening hierdoor bij de volgende generaties komt te liggen. Overigens profiteren die volgende generaties ook van deze investeringen in bijvoorbeeld onderwijs, klimaat en milieu, benadrukte het Planbureau.

Kamer staat buitenspel bij miljardenfondsen

Er ligt inmiddels ook een waarschuwing van de Algemene Rekenkamer voor de Tweede Kamer over de methode hoe het geld wordt uitgegeven. De geplande miljarden voor klimaat en milieu gaat via fondsen, wat deels buiten het zicht van het parlement gebeurt. Dat is "in democratisch opzicht ongewenst", schrijft de Rekenkamer.

Dat staat haaks op de beloofde inspraak voor de oppositiepartijen in de regeringsplannen. Rutte moet op zoek naar samenwerking met de oppositie. Of beter gezegd: opnieuw op zoek. Net na de presentatie van het coalitieakkoord werd zijn uitgestoken hand - "het coalitieakkoord is niet af" - afgeslagen.

Zo moet Rutte, zoals hij dat al sinds 2010 als minister-president regelmatig doet, de oppositie zien te paaien zodat zijn plannen ook in de Eerste Kamer een meerderheid halen.