Eerste Kamer had 'te weinig oog' voor grootste problemen in toeslagenaffaire
Zorgen over het beleid omtrent toeslagen werden te weinig opgevolgd en waarschuwingssignalen kwamen niet goed door.
"Er werden wel zorgen geuit die, met de kennis van nu, de vinger precies op de zere plek leggen, maar vaak kregen wetsvoorstellen bij de eindafweging het voordeel van de twijfel en werden ze door een politieke meerderheid aanvaard", staat in de reflectie.
Dat leidde er op een zeker moment toe dat het met name over de bestrijding van fraude en over bezuinigingen ging, en veel minder over "het menselijke aspect".
De senaat kreeg wel signalen binnen dat het misging bij de Belastingdienst, maar kwam daarop amper in actie. Zo kwamen bij de Eerste Kamer enkele brieven van burgers binnen over de kwestie, al waren dat er niet veel.
Een ander voorbeeld dat de onderzoekers noemen, was een belangrijk rapport van de Nationale ombudsman dat "de ontdekking van de toeslagenaffaire in gang heeft gezet". Dat rapport was de Eerste Kamer niet toegezonden, maar werd wel besproken in de media en de Tweede Kamer.
Senaat verloor zicht op situatie
Toen in 2005 het voorstel voor de kinderopvangtoeslag werd geïntroduceerd, maakte de Eerste Kamer zich niet veel zorgen over fraude, stelt de commissie vast. Ook voor de uitvoerbaarheid van de toeslag had maar één fractie aandacht.
Fraude stond na de economische crisis meer in de belangstelling, maar dat de regels en administratieve last voor de burgers daardoor toenamen, bleef nauwelijks besproken.
Als de Kamer toezeggingen kreeg, was het volgens het onderzoek vaak zo dat de senaat die "snel uit het oog verloor", zeker als er nieuwe Kamerleden werden geïnstalleerd. Ook werden evaluaties niet in behandeling genomen. Volgens de onderzoekers duurde het een tijd voordat de Kamer meer grip kreeg op de kwestie.


