De Eerste Kamer steunt de mogelijkheid om het coronatoegangsbewijs in te kunnen zetten in niet-essentiële winkels en niet-essentiële dienstverlening. Bezoekers van kleding- en meubelwinkels, maar ook van kappers en aan pretparken zouden dan hun QR-code moeten laten zien.

Het wetsvoorstel maakt het mogelijk om de coronapas in de toekomst in deze sectoren in te zetten. Op het moment dat het demissionaire kabinet dit wil doen, zal hiervoor nog een zogeheten ministeriële regeling worden voorgelegd aan beide Kamers.

In deze regeling wordt dan precies uitgewerkt voor welke winkels en dienstverlening de pas verplicht wordt. Demissionair minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) schreef in een toelichting op de wet dat er bijvoorbeeld onderscheid kan worden gemaakt op type of grootte van de winkel. Ook biedt de wet ruimte om de pas alleen in bepaalde regio's te verplichten.

Voorstanders van de inzet van de coronapas zijn de vier coalitiepartijen VVD, D66, CDA en ChristenUnie, evenals PvdA en GroenLinks en 50PLUS. Eerder deze maand ging ook de Tweede Kamer akkoord.

De Jonge heeft nog drie wetsvoorstellen naar de Tweede Kamer gestuurd. Twee gaan over de invoering van de coronapas in het onderwijs en op de werkvloer. Een gaat over de invoering van de 2G-coronapas voor hoogrisico-omgevingen in de horeca, bij evenementen en cultuur. Deze wetsvoorstellen moeten nog behandeld worden.