Vera Bergkamp, de voorzitter van de Tweede Kamer, trok woensdag tijdens de behandeling van de begroting van het ministerie van Justitie en Veiligheid een grens: ze wil het woord tribunaal niet meer horen. Haar collega-voorzitter van de Eerste Kamer, Jan Anthonie Bruijn, greep dinsdagavond op dezelfde manier in.

"We zitten hier in het huis van de democratie. Op het moment dat collega's worden aangesproken, individueel of collectief, met 'er komt een tribunaal', dan vind ik dat intimiderend en dat sta ik niet toe in deze zaal", zei Bergkamp.

Tijdens het debat sprak PVV-Kamerlid Gidi Markuszower over tribunalen. Hij stelde het huidige migratiebeleid gelijk aan een misdaad tegen het Nederlandse volk. "Jullie zouden allemaal voor een tribunaal gedaagd moeten worden", richtte hij zich tegen de Kamerleden.

Bergkamp onderbrak zijn inbreng meerdere keren en zette vervolgens zijn microfoon uit. Nadat FVD-Kamerlid Gideon van Meijeren het had opgenomen voor Markuszower, maakte de Kamervoorzitter het nogmaals duidelijk: "Er zijn grenzen aan het debat. We kunnen over allerlei onderwerpen van gedachten wisselen, maar er is een grens. En dan gaat het over intimidatie naar collega's."

Volgens de Kamervoorzitter is het aan haar om te bepalen of woorden intimiderend zijn of niet. "Ik heb het op die manier geclassificeerd", sloot Bergkamp de discussie af. Daarna werd instemmend op de Kamerbankjes geroffeld.

Kamerleden worstelen al langer met uitingen in debat

De Kamer worstelt al langer met deze en andere uitlatingen die gedaan worden tijdens debatten. De vrijheid van meningsuiting is een groot goed, maar meningen moeten volgens Bergkamp wel op een "fatsoenlijke manier" uitgewisseld worden.

Het incident met Markuszower staat ook niet op zichzelf. Een week eerder uitte FVD-Kamerlid Pepijn van Houwelingen eenzelfde bedreiging aan het adres van D66-Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma.

De komende weken wil Bergkamp in gesprek met de fracties over de manier waarop er met elkaar wordt omgegaan. "Ik kan dit tij niet in mijn eentje keren. We moeten dit met elkaar doen. Dit kost tijd, omdat het debat al jaren aan het verharden is, maar ik voel de verantwoordelijkheid als voorzitter om het gesprek in gang te zetten", zei ze.

Voorzitter Eerste Kamer: U wekt de indruk dat rechtsorde niet meer werkt

Ook in de Eerste Kamer werd dinsdagavond opgeroepen tot het oprichten van tribunalen, waarop voorzitter Bruijn meteen ingreep.

"Ik wil die associatie met de Tweede Wereldoorlog in dit huis niet horen. We gaan het hier niet over tribunalen hebben, dat is een metaforische associatie met de Tweede Wereldoorlog. Dat treft mensen in het land zwaar. Dat is de bijl aan de wortel van de parlementaire democratie", zei Bruijn.

Hij weerlegde vervolgens het argument van PVV-senator Alexander van Hattem dat de partijen op deze manier worden "beknopt" in hun vrijheid van meningsuiting.

"Met het refereren aan oorlogsmisdaden wekt u de indruk dat u de rechtsorde niet meer erkent en dat u streeft naar een parallelle staat waarin politieke tegenstanders niet zozeer tegengesproken, maar vooral berecht dienen te worden. Dan moeten beschuldigingen van oorlogsmisdaden of referenties daaraan, net als aankondigingen van tribunalen, gezien worden als een belofte van een slotafrekening. En iedere stap in die richting zal ik, zolang ik voorzitter ben, niet tolereren", aldus Bruijn.