"We gaan echt iets nieuws proberen", zei informateur Wouter Koolmees deze week nadat VVD, D66, CDA en ChristenUnie bekend hadden gemaakt dat ze opnieuw een coalitie willen vormen. Het leek de aankondiging van de langverwachte nieuwe bestuurscultuur waarover het al zo lang gaat in Den Haag. De informateurs lichtten een tipje van de sluier, maar experts zijn in gesprek met NU.nl kritisch.

"Mark Rutte kan het makkelijk over een nieuwe bestuurscultuur hebben, maar laat het eerst maar eens zien. Praatjes vullen geen gaatjes", zegt Koen Vossen, politiek historicus aan de Radboud Universiteit. "Ik heb sterk het idee dat dit om beeldvorming draait."

"Er valt niet zo veel nieuw te besturen. Het zijn dezelfde partijen, met dezelfde mensen en met dezelfde streken", zegt politicoloog Joost van Spanje (University of London). "Het lijkt alsof je een probleem aanpakt, maar dit is een vage aanpak waar geen grondige analyse aan ten grondslag ligt."

"Waar zijn de beloofde radicale ideeën van Rutte? Ik heb ze niet gezien", zegt Ruud Koole, emeritus hoogleraar politicologie aan de Universiteit Leiden en Eerste Kamerlid voor de PvdA.

'Meer afstand tussen kabinet en Kamer'

De belofte van een nieuwe bestuurscultuur ontstond na de val van het kabinet door de toeslagenaffaire en de chaotische periode die volgde na de verkiezingen in maart. De overheid hielp burgers de vernieling in door ze onterecht als fraudeur te bestempelen, bleek uit het onderzoeksrapport Ongekend onrecht.

Vervolgens werden politici die probeerden het probleem op te lossen tegengewerkt door een gebrekkige informatievoorziening vanuit de regering en werd er in kabinetskringen denigrerend over kritische Kamerleden gesproken.

Dat moet nu dus anders, vinden de leiders van de beoogde coalitiepartijen. Bijvoorbeeld met een dun in plaats van een uitgebreid regeerakkoord, zodat het parlement meer bewegingsvrijheid krijgt. "Een experiment", noemde Koolmees dat.

De machtsbalans tussen de Kamer en het kabinet moet ook worden hersteld. Geen wekelijkse coalitieoverleggen achter gesloten deuren met fractievoorzitters en (vice)premiers meer waarin afspraken worden gemaakt om politieke risico's zoveel mogelijk af te dekken, met als gevolg dat het politieke debat wordt gesmoord.

Koolmees dinsdag: "We willen meer afstand tussen het toekomstige kabinet en de toekomstige Kamer."

'Sluiten van compromissen hoort erbij'

Koole ziet het al fout gaan bij die analyse. "Je kunt niet tegelijk meer transparantie en een korter regeerakkoord willen. Met een dun regeerakkoord moet je meer akkoorden met de Kamer sluiten. Dat gebeurt achter gesloten deuren en betekent minder transparantie."

Het probleem van de politiek zit hem veel meer in de houding van politici, vindt de PvdA-senator.

"De angst voor de kiezer overheerst en daarom is de beeldvorming dominant. Sinds de jaren negentig zijn kiezers meer gaan zweven. Partijen reageren krampachtig als ze een zeteltje in de peilingen verliezen. Maar kiezers begrijpen best dat er compromissen moeten worden gesloten. Als die angst er niet meer is, kun je beter je eigen verhaal vertellen."

Het sluiten van compromissen en praten achter de schermen hoort daar ook bij, zegt Koole. "Dat kán niet anders. Dat is al zo oud als de Nederlandse politiek."

Koole ondervond dat zelf voor het eerst toen hij in 2011 Eerste Kamerlid werd. "Voor een debat werd ik opgebeld door de politiek adviseur van een minister met de vraag wat mijn inbreng zou gaan worden. Dat gebeurde bij alle partijen. Je kunt weigeren om mee te werken, maar uiteindelijk wil je ook dat een bewindspersoon goed voorbereid is zodat jij ook meer voor elkaar krijgt."

Compromissen moeten vervolgens wel goed worden uitgelegd aan de kiezers, en daar gaat het vaak fout, vindt Koole. Zoals bij zijn eigen partij in het kabinet-Rutte II (VVD en PvdA) rond het sluiten van de sociale werkplaatsen. "Dat werd uitgelegd als iets sociaaldemocratisch. Maar dat was het natuurlijk niet. Het was een compromis"

Nieuwe bestuurscultuur blijft 'vaag begrip'

Van Spanje mist een belangrijke stap in de beloofde weg naar verandering. "Er zou eigenlijk eerst een analyse moeten komen van wat er met een nieuwe bestuurscultuur opgelost kan worden. Nu worden wat kleine dingen aangepast, zoals het schrappen van het coalitieoverleg, en dat wordt dan nieuwe bestuurscultuur genoemd."

Het blijft nu te vaag, vindt de politicoloog. "Alleen al het woord 'nieuw' is vaag. Oude wijn in nieuwe zakken klinkt ook nieuw, maar je hebt er uiteindelijk niets aan."

Deze stap heeft meer te maken met het simpele feit dat de beoogde coalitie niet op een meerderheid in de Eerste Kamer kan rekenen. Je moet dus wel een handreiking doen naar partijen die je aan een meerderheid kunnen helpen, zegt Van Spanje. "Deze kleine aanpassingen zijn eerder praktisch dan idealistisch."

'Partijen zijn bang voor de toekomst'

Politiek historicus Vossen denkt dat de versnippering in de Nederlandse politiek, en de daarbij horende moordende concurrentie tussen de partijen, met de belofte van een nieuwe bestuurscultuur te maken heeft. "Er is een permanente angst voor nieuwe verkiezingen, dat de concurrent er met jouw kiezers vandoor gaat."

Vossen brengt in herinnering dat D66 ooit op nul zetels in de peilingen stond. Of kijk naar de PvdA: die partij zit al voor de tweede keer sinds verkiezingen onder de tien zetels, in de jaren zeventig was het al een klap als de sociaaldemocraten onder de veertig kwamen. "Je kunt je niet meer rijk rekenen. Kiezers lopen zo weer weg", zegt Vossen.

"Verhalen over een nieuwe bestuurscultuur zijn lege woorden. Partijen zijn bang voor de toekomst geworden en speculeren wat kiezers willen. Dat is het eerlijke verhaal."