Adopties van kinderen uit het buitenland blijven voorlopig niet mogelijk, meldt demissionair minister Sander Dekker (Rechtsbescherming) vrijdag. De adopties werden in februari opgeschort, omdat er sprake was van "structurele ernstige misstanden" gedurende vele jaren. Dat kwam naar voren in een onderzoek van de commissie-Joustra.

Zo was er sprake van vervalsing van documenten, kinderhandel, fraude en corruptie. Veel kinderen zijn daarvan de dupe geworden. Dekker besloot adopties meteen stop te zetten, omdat niet was uit te sluiten dat deze misstanden zich ook in het huidige systeem voordeden.

Aanpassingen in het stelsel kunnen volgens hem wel leiden tot minder risico. Toch vindt de minister dat er eerst "heel secuur moet worden gekeken" naar de toekomst van buitenlandse adoptie. "Daarbij staat het belang van het kind voorop."

Voor aanpassing van het adoptiesysteem is veel geld en tijd nodig, aldus Dekker. Als de kinderen na wijzigingen nog steeds niet voldoende beschermd zijn, dan moet in zijn ogen "serieus worden overwogen om te stoppen met interlandelijke adoptie".

Kinderen kunnen beter opgevangen worden in land van herkomst

Adoptie is niet altijd de beste manier om een kind te beschermen, concludeert de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugd. De opvang van een kind in het land van herkomst is volgens het internationale kinderrechtenverdrag de beste oplossing voor het kind zelf, schrijft Dekker.

Om risico's te vermijden, zal Nederland in een eventueel nieuw adoptiestelsel ook met veel minder landen samenwerken. Het aantal adopties nam sowieso al af: van jaarlijks meer dan 1.000 kinderen in de jaren tachtig tot 145 kinderen in 2019.