De Algemene Rekenkamer erkent dat ook zij fouten heeft gemaakt in de toeslagenaffaire. Het controleorgaan deed ruim vijftien jaar onderzoek naar de uitvoering van de toeslagen door de Belastingdienst en concludeert dat de Rekenkamer meer aandacht had moeten besteden aan de signalen dat mensen slachtoffer werden van de veel te harde fraudeaanpak.

"We waren van meet af aan kritisch. En toch moeten ook wij concluderen dat wij niet het volledig licht hebben laten schijnen op wat er gebeurde. Er was meer mis dan wij zagen", zei president van de Algemene Rekenkamer Arno Visser woensdag tegen de Tweede Kamer op Verantwoordingsdag.

Op deze dag presenteert het kabinet de jaarverslagen van alle ministeries over het voorgaande kalenderjaar. De Algemene Rekenkamer, die de uitgaven van de Rijksoverheid controleert, geeft daarnaast ook een oordeel over het gevoerde beleid.

"Terugkijkend denken we dat er een vollediger beeld was geschetst als we ons onderzoek meer hadden gericht op de gevolgen voor burgers", aldus Visser.

Het snoeiharde rapport Ongekend Onrecht van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag, dat begin dit jaar tot het aftreden van het kabinet leidde, was ook voor de Rekenkamer aanleiding om te reflecteren op de eigen rol.

"Dat we de fraudeaanpak van de Belastingdienst in 2015 als een best practice (de effectiefste werkwijze, red.) kwalificeerden, is achteraf bezien wrang. Temeer daar we zelf aangaven dat een aanpak primair preventief en niet repressief behoort te zijn."

De Rekenkamer wil in de toekomst het burgerperspectief in de eigen onderzoeken meer centraal stellen.

Rekenkamer kritisch op afhandeling toeslagenaffaire door kabinet

Naast de eigen reflectie heeft de Rekenkamer ook gekeken naar de afhandeling van de toeslagenaffaire door het kabinet. Uit de verantwoordingsstukken over 2020 blijkt dat dit naast de coronapandemie een van de meest bepalende kwesties van dat jaar was.

Een van constateringen van de Rekenkamer is dat het kabinet de Kamer buitenspel heeft gezet. "Vlak voor Kerst vorig jaar besloot het kabinet om de slachtoffers 30.000 euro uit te keren. Deze beslissing was onrechtmatig."

Het besluit werd namelijk tegelijkertijd in een brief aan de Kamer en op sociale media bekendgemaakt. Hiermee werd de indruk gewekt dat het ging om een besluit in plaats van een voorstel waar het parlement nog iets over te zeggen had. "Daarmee is het parlement voor een voldongen feit gesteld."

Hoewel er een speciale crisisorganisatie in het leven is geroepen, vindt de Rekenkamer dat de communicatie met burgers "veel beter kan en moet". "Het laatste hoofdstuk in dit lange verhaal is nog niet uit, denken wij"