Het demissionaire kabinet had de Tweede Kamer donderdag veel uit te leggen over de onlangs vrijgegeven ministerraadnotulen waarin werd gesproken over kritische Kamerleden en het niet delen van informatie. Oppositieleden eisten uitleg, reflectie en antwoorden, maar de verantwoordelijke demissionaire ministers en demissionair premier Mark Rutte kwamen niet in de problemen.

Rutte erkende "niet trots" te zijn op sommige uitspraken van zichzelf die hij teruglas in de notulen. Zo echode hij de opmerking van minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur) na dat het "in geen geval acceptabel te noemen is dat coalitiefracties een scherper standpunt innemen dan oppositiefracties".

Niet alleen Rutte, maar ook andere ministers bespraken de positie van Kamerleden van met name coalitiefracties. Zo classificeerde Wouter Koolmees (D66) ze als "activistische woordvoerders" en liet Wopke Hoekstra (CDA) weten dat er door hem en CDA-collega Hugo de Jonge "veel tijd en energie is gestoken in het sensibiliseren" van CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt, die zich jarenlang vastbeet in de toeslagenaffaire.

"Ik wilde hem sensibel maken voor wat het kabinet wel en niet kon", verdedigde Hoekstra zich in de Kamer. Volgens de CDA-leider ging zijn opmerking over het bewustzijn over uitvoeringsproblemen bij de Belastingdienst. "Staatssecretaris Menno Snel was er echt doordrongen van dat er iets fundamenteels mis was, maar hij zat met zijn handen in zijn haar."

Een ander punt dat tijdens het debat centraal stond, was de gebrekkige informatievoorziening aan de Kamer. Uit de notulen valt op te maken dat het kabinet in november 2019 unaniem besloot om een door de Kamer gevraagd feitenrelaas over de toeslagenaffaire niet toe te sturen.

Volgens de oppositieleden had het kabinet hier politieke redenen voor, zoals de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) eind 2020 al concludeerde in haar snoeiharde rapport Ongekend onrecht, waarna het kabinet besloot af te treden. Rutte stelde echter dat dit niet het geval is geweest: volgens hem is het feitenrelaas niet naar de Kamer gestuurd omdat dit destijds niet de gebruikelijke procedure was en omdat persoonlijke beleidsopvattingen van individuele ambtenaren beschermd moesten worden.

Afgevaardigde kabinetsleden

  • Demissionair minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren (D66)
  • Demissionair minister van Financiën en CDA-leider Wopke Hoekstra
  • Demissionair minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Wouter Koolmees (D66)
  • Demissionair staatssecretaris van Financiën Alexandra van Huffelen (D66)
  • Demissionair minister van Buitenlandse Handel en D66-leider Sigrid Kaag
  • Demissionair minister-president en VVD-leider Mark Rutte

Oppositie was kritisch, maar wilde ook vooruitkijken

De oppositieleden bekritiseerden het kabinet in een ruim dertien uur durend debat. "De notulen laten een beeld zien van een stelletje machtpatsers", begon DENK-leider Farid Azarkan fel. "Een politieke maffiabende" noemde PVV-leider Geert Wilders het demissionaire kabinet.

SP-leider Lilian Marijnissen viel het kabinet aan op het feit dat het in de ministerraden vooral is gegaan over de beeldvorming en niet over de problemen van de getroffen ouders. Ook volgens Esther Ouwehand van Partij voor de Dieren handelden de bewindslieden "om hun eigen politieke hachje te redden". Ze vroeg zich af of het kabinet afgelopen januari na het rapport van de POK afgetreden was voor de bühne.

Lilianne Ploumen (PvdA) en Jesse Klaver (GroenLinks) sloten zich aan bij Marijnissen en Ouwehand en uitten kritiek op het kabinet, maar steunden de motie van Azarkan waarin hij het vertrouwen in het voltallige kabinet opzegde niet. Daar was verder ook geen meerderheid voor in de Kamer. Tijdens het debat leek het er al op dat zij juist ook vooruit wilden kijken. Ze dienden dan ook gezamenlijk een motie over een nieuwe bestuurscultuur in, die wel werd aangenomen.

Coalitiepartijen VVD, D66, CDA en ChristenUnie waren milder dan de oppositiepartijen. Rob Jetten (D66) benadrukte dat wat in de notulen staat niet nieuw is, omdat de POK dit ook al had geconcludeerd. Sophie Hermans zei namens de VVD-fractie dat zij van mening is dat de beweegredenen van het kabinet voor het achterhouden van het feitenrelaas niet politiek gemotiveerd waren.

Hoewel van tevoren werd verwacht dat het kabinet mogelijk een zwaar debat wachtte waarin ook het onderlinge vertrouwen zou worden aangekaart - bij het 'Omtzigt-debat' van begin april kwam dat nog ter sprake - nam een meerderheid van de Kamer voor nu genoegen met de afgelegde verantwoording.