Defensie bezuinigt ongeveer half miljard euro te weinig in tien jaar tijd
De bezuinigingsoperatie die het ministerie van Defensie in 2011 na de financiële crisis begon, is bij lange na niet gehaald. Dat schrijft de Algemene Rekenkamer dinsdag na een onderzoek.
Defensie moest bijna een miljard euro structureel inleveren. Toenmalig minister Hans Hillen besloot om te stoppen met een aantal wapensystemen. Verder schrapte hij twaalfduizend functies en ging vastgoed van Defensie in de verkoop.
Tien jaar later heeft de Rekenkamer onderzocht wat vier maatregelen uit dit pakket hebben opgeleverd. Wat er is terechtgekomen van het afstoten van mijnenjagers, transporthelikopters en gevechtstanks en de verhuizing van de marinierskazerne.
Verkoop van materieel blijkt geen vetpot
Het wegbezuinigen van in totaal 116 gevechtstanks leverde minder op, omdat de jaarlijkse exploitatiekosten te hoog waren ingeschat. Die kosten waren 30 miljoen euro te hoog geraamd.
Verder werd het schrappen van de Cougar-helikopter al na drie jaar teruggedraaid. Defensie wordt hiervoor niet gecompenseerd. En de verkoop van de mijnenjagers levert ook minder op dan verwacht. Bovendien blijft het personeel van de opgedoekte mijnenjagers in dienst bij de marine.
Defensie moet volgens de Rekenkamer meer informatie delen over bezuinigingen, maar ook over extra uitgaven. Er moet een "transparanter administratiesysteem" komen.
Minister ziet juist grote kostenposten en wil meer budget
Demissionair minister Ank Bijleveld kan zich "grotendeels" in het rapport vinden. Ze laat weten dat er al wordt gewerkt aan verbetering van de administratie. Verder wijst ze er op dat een deel van de bezuiniging ongedaan is gemaakt vanwege de verslechterde veiligheidssituatie.
De afgelopen jaren kreeg Defensie er ongeveer 1,5 miljard euro structureel bij. Maar toch hebben onderdelen alweer tekorten. Volgens Bijleveld moet er jaarlijks 4 miljard bij. Dat is nodig omdat het leger onder meer "volstrekt verouderd materieel" heeft.
