Mark Rutte kan weliswaar niet als Tweede Kamerlid worden weggestuurd, maar wel als demissionair premier van Nederland. Dat zegt hoogleraar politieke wetenschap Tom van der Meer van de Universiteit van Amsterdam over de mogelijke gevolgen van een aangenomen motie van wantrouwen tegen Rutte.

Tegen de demissionair premier is donderdagmiddag door Geert Wilders (PVV) een motie van wantrouwen ingediend. Als die motie wordt aangenomen, moet iemand anders de functie van Rutte overnemen, zegt Van der Meer. "Iemand moet het ministerie van Algemene Zaken leiden en iemand moet de ministerraad leiden. Dat kan ook iemand van buitenaf zijn."

Het mogelijke aftreden van de demissionair premier betekent niet dat er nieuwe verkiezingen uitgeschreven hoeven worden, omdat het kabinet al is gevallen. "In Nederland hebben we de laatste vijftig jaar het gebruik dat als het kabinet valt, je nieuwe verkiezingen uitschrijft. Dat is al gebeurd en er is nog geen nieuwe regering geformeerd, dus het is geen noodzaak nieuwe verkiezingen uit te schrijven. Of daar behoefte aan is, wordt een politiek vraagstuk", legt Van der Meer uit.

Ook is het volgens de hoogleraar aan de politiek of Rutte later nog welkom is bij nieuwe formatiegesprekken. "Dat heeft weinig met staatsrecht te maken, dat is politiek. De formatie bestaat uit gedragsregels en het hangt af van partijen wat ze wel en niet willen doen. Ze hoeven niet met elkaar te onderhandelen. Er bestaat niet een recht voor de grootste partij voor een plek aan de tafel. Er moet vertrouwen zijn."

Rutte onder druk om Omtzigt-notities

De Tweede Kamer debatteert donderdag over de aantekening van verkenner Kajsa Ollongren over Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA). Daarin stond bij de naam Omtzigt "functie elders".

Verschillende partijen willen dat Rutte opstapt als premier.

Rutte zegt zich niet te herinneren met verkenners Ollongren en Annemarie Jorritsma gesproken te hebben over Omtzigt. "Uit het verslag blijkt dat het wel over hem is gegaan. Dat roept terecht veel vragen op. Ik heb me dat achteraf verkeerd herinnerd, en betreur dat ten zeerste", aldus Rutte.