Een commissie die in 2013 werd opgericht om fraude te bestrijden, onder leiding van premier Mark Rutte, heeft er mogelijk voor gezorgd dat de aanpak te streng werd. Er is geen directe link met de problemen die nu bekend zijn met de kinderopvangtoeslag, maar het kan ervoor hebben gezorgd dat een klimaat ontstond waarin ambtenaren "over de grens" konden gaan.

"Het kan pervers uitpakken", zei Rutte donderdag voor de ondervragingscommissie die onderzoek doet naar de toeslagenaffaire.

Als er al een link is tussen de toeslagenaffaire waarbij ouders onterecht als fraudeur werden bestempeld en slachtoffer werden van te harde aanpak van de Belastingdienst, dan had die link er niet mogen zijn, zei de premier. "Er kunnen mensen het gevoel hebben gehad dat zij verder mochten gaan dan normaal", zei Rutte verder.

Wat er in die anti-fraudecommissie wordt besproken, is geheim. Stukken mogen ook niet openbaar worden gemaakt, maar de ondervragingscommissie heeft ze wel mogen inzien.

"Het beeld is wel: we gaan fraude aanpakken. We zien nu dat het beleid kneiterhard is", zei commissievoorzitter Chris van Dam (CDA). "Misschien is de indruk gewekt dat ambtenaren over de grens konden gaan", antwoordde Rutte.

De informatievoorziening in dit dossier is 'de crux', zei Van Dam. Of beter gezegd: het gebrek eraan. Stukken die werden opgevraagd door Kamerleden kwamen niet boven tafel. Regelmatig werden zij verrast door berichten via de media, maar ook daar kwam informatie vaak pas boven tafel na Wob-verzoeken.

'Rutte-doctrine' hielp niet mee bij openheid

De commissie had het vermoeden dat de zogenoemde 'Rutte-doctrine' hier een rol in heeft gespeeld. De term dook op in een sms-bericht van een medewerker van Rutte waarin wordt gesproken over CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt die informatie wil van oud-staatssecretaris van Financiën Menno Snel.

Het betekent dat Rutte over het algemeen niet wil dat ambtelijke stukken zomaar openbaar worden gemaakt. Ambtenaren moeten "in alle veiligheid" kunnen werken en "onderling kunnen brainstormen", zonder dat die gesprekken later publiekelijk worden, vindt de premier.

Dat heeft tot gevolg dat bijvoorbeeld journalisten die via een Wob-verzoek informatie boven tafel willen krijgen, te lang op informatie moeten wachten. Dat gebeurde regelmatig in de toeslagenaffaire.

Rutte wilde benadrukken dat zijn ministerie, Algemene Zaken, maar een kleine organisatie is waar niet altijd alles wordt bijgehouden. Verwijten van de ondervragingscommissie dat zijn departement belangrijke informatie voor de Kamer achterhield, ontkende hij.