Vanuit de politiek, werkgevers en werknemers wordt met afschuw gereageerd op het bericht dat een leraar van het Rotterdamse Emmauscollege moet onderduiken, omdat hij een spotprent van cartoonist Joep Bertrams over de aanslag op Charlie Hebdo in zijn klaslokaal had opgehangen.

"Vreselijk", zegt D66-Kamerlid Paul van Meenen in een reactie tegen NU.nl.

Van Meenen was voor zijn politieke loopbaan zelf docent en kreeg lang geleden ook te maken met een bedreiging. "Ik heb met mijn gezin vier dagen ergens anders gezeten. Dat hoort zo niet bij een school. Daarom is het superbelangrijk dat je ertegen optreedt."

"Dit is onacceptabel", twittert GroenLinks-leider Jesse Klaver. "Het is essentieel dat we pal voor de vrijheid en veiligheid van onze docenten staan. Intimidatie en bedreigingen horen nergens thuis en al helemaal niet in het klaslokaal."

VVD'er Rudmer Heerema: "Dit kan en mag niet gebeuren in ons land." PvdA-leider Lodewijk Asscher noemt het "verschrikkelijk en onacceptabel".

Vanuit het kabinet komen soortgelijke reacties. "Tot onze ontsteltenis hebben de acties in het kader van de vrijheid van meningsuiting op scholen in Rotterdam en Den Bosch geleid tot onrust en zelfs tot bedreigingen", schreef minister Arie Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs) woensdagavond in een brief aan de Kamer.

Volgens Omroep-Brabant is een leraar in Den Bosch bedreigd na het tonen van een cartoon van de profeet Mohammed.

"De bedreigingen worden uiterst serieus opgepakt", zei minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) donderdagmiddag in een debat. Over het onderzoek kan Grapperhaus niets zeggen, behalve dat hij er prioriteit aan geeft.

Situatie uiterst beladen na moord op Samuel Paty

NRC schreef woensdag dat de spotprent van een onthoofde man die zijn tong uitsteekt naar een jihadist al vijf jaar in de Rotterdamse klas hing. Een groep islamitische meisjes dacht dat het om een afbeelding van de profeet Mohammed ging en wilde de spotprent vanwege "godslastering" verwijderen. Een foto van de cartoon belandde op Instagram, waarna de docent online bedreigd werd.

De situatie is uiterst beladen sinds de Franse leraar Samuel Paty in oktober werd onthoofd door een achttienjarige man van Tsjetsjeense afkomst. Paty had in een les over de vrijheid van meningsuiting een spotprent van de profeet laten zien.

'Mag je beledigen? Wie bepaalt dat?'

"De moord op Paty was ook in Nederland de aanleiding om de discussie te voeren", zei Paul Rosenmöller, voorzitter VO-raad, donderdagochtend op NPO Radio 1. "Dat heeft geleid tot dit verschrikkelijke incident."

Daarom wil Rosenmöller dat we in Nederland met zijn allen staan voor het vrije woord: "We moeten ook staan voor het initiatief om daar met leerlingen in een lastige leeftijd - van twaalf tot achttien jaar - met verschillende achtergronden over te praten. En we moeten staan achter de leraren die dit verdraaid lastige werk moeten doen."

Een lastig vraagstuk, zei de VO-raad-voorzitter in de radio-uitzending. "Mag je beledigen? Waar trek je grens en wie bepaalt dat?"

'Ik zou een spotprent hebben opgehangen'

Die taak ligt bij de rechter, zegt D66'er Van Meenen. Maar voordat je in de rechtszaal belandt, moet je dit soort zaken bespreekbaar maken. "Met de leerlingen, met de ouders. Je moet er júíst met elkaar over praten", aldus Van Meenen.

Daar hoort de verwijdering van de spotprent zoals in Rotterdam is gebeurd volgens hem niet bij. "Dat is de omgekeerde wereld. Je moet niet het signaal geven dat dreigen helpt."

Van Meenen was zelf wiskundeleraar, dus daar hing wat dat betreft niets bijzonders aan de muur. "Maar als de school het aan mij zou vragen, dan zou ik een spotprent hebben opgehangen. Ik ben niet bang aangelegd."

Van Meenen vindt het sowieso niet goed dat deze discussie vooral op het bordje van de leraar maatschappijleer of geschiedenis komt te liggen.

Volgens onderwijsvakbond Aob zijn leraren door dit incident niet te bang geworden om in de klas de discussie aan te gaan.

"Onderwijs is de maatschappij. Af en toe is het ruw weer, maar je moet verder", zegt een Aob-woordvoerder. "Spotprenten moet je in de klas kunnen bespreken. De jeugd is visueel ingesteld. Dus ja, je moet ze ook kunnen laten zien."