De aangifte die de Turkse president Recep Tayyip Erdogan tegen PVV-leider Geert Wilders heeft gedaan is wat premier Mark Rutte betreft "onacceptabel". Het kabinet zal de Turkse ambassadeur hierop aanspreken, maar neemt verder geen aanvullende diplomatieke stappen.

Premier Rutte richtte zich dinsdag via de Nederlandse media rechtstreeks tot de Turkse president. "Ik heb een boodschap voor president Erdogan en die is heel simpel: in Nederland beschouwen wij vrijheid van meningsuiting als het hoogste goed. Daar horen cartoons bij, ook cartoons van politici."

Verschillende Turkse media melden dat de advocaat van Erdogan aangifte heeft gedaan tegen Wilders, omdat de PVV'er de Turkse president zou hebben beledigd met de publicatie van een spotprent.

Erdogan noemde Wilders een "fascist" en zocht eerder ook al de confrontatie met de Franse president Emmanuel Macron. Macron sprak zich onlangs na de onthoofding van de Franse leraar Samuel Paty fel uit tegen moslimextremisme. Volgens de Turkse president heeft zijn Franse collega "psychische hulp" nodig.

Premier Rutte kwalificeerde ook die opmerking van Erdogan als onacceptabel. Minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken) sloot zich in het Vragenuur aan bij de woorden van de premier.

Volgens Blok probeert Erdogan met de aangifte via een omweg de vrijheid van meningsuiting in te perken. De minister zegt dat cartoons en spotprenten deel uitmaken van het publieke debat: "Die mogen schuren, die mogen prikkelen."

ChristenUnie-Kamerlid Joël Voordewind riep de minister op de Nederlandse ambassadeur terug te roepen, maar daar voelt het kabinet niets voor. Volgens Voordewind hoort een dergelijke reactie bij het kabinetsstandpunt dat Erdogans uitspraken "onacceptabel " zijn. Het verbreken van de diplomatieke contacten gaat Blok echter te ver. Zeggen dat iets "onacceptabel" is, geldt volgens de minister in de diplomatie als "een mokerslag".