Premier Mark Rutte gaat op verzoek van de Tweede Kamer kijken naar de vergoedingen die de koning jaarlijks ontvangt. Dat doet de premier met frisse tegenzin, "omdat mensen het niet gauw eens zijn over de hoogte van het salaris", aldus Rutte.

Het onderwerp kwam aan de orde tijdens de behandeling van de begroting van Algemene Zaken, het ministerie van de premier die ministerieel verantwoordelijk is voor de koning. Rutte belooft dat de Kamer voor het einde van het jaar opnieuw ingelicht wordt over de kwestie.

Het inkomen van de vorst bestaat uit twee delen: een officieus salaris van om en nabij 1 miljoen euro en een onkostenvergoeding die voor personele en materiële uitgaven ingezet wordt. Daar wordt momenteel jaarlijks zo'n 5 miljoen euro voor uitgetrokken, maar Rutte wil onder de loep nemen of het bedrag "passend" is.

De Kamer had eerder een motie aangenomen waarmee de onkostenvergoeding elke vijf jaar gecontroleerd zou worden en zo nodig bijgesteld werd. Rutte wees die optie echter resoluut van de hand, omdat de kwestie veel complexer zou zijn. Ook benadrukte de premier dat de voltallige Kamer in 2007 had ingestemd met het huidige salarishuis.

"De stabiliteit van het inkomen van de koning vind ik van grote waarde", vervolgde Rutte. Als ieder jaar een discussie zou komen over het salaris van de koning, kan een debat snel in populisme vervallen, redeneert hij.