Er komt een onafhankelijk onderzoek naar de Nederlandse luchtaanval op de Iraakse stad Hawija, meldt defensieminister Ank Bijleveld vrijdag. Er komt daarnaast ook compensatie voor de gemeenschap, maar niet voor individuele slachtoffers of nabestaanden.

De onderzoekscommissie zal zich richten op de vraag "hoe bij deze wapeninzet burgerslachtoffers hebben kunnen vallen, evenals welke lessen hieruit te trekken zijn voor de toekomst", zegt Bijleveld. Oud-minister Winnie Sorgdrager zal de commissie leiden en samenstellen.

De Tweede Kamer nam in mei een motie aan waarin de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) werd opgeroepen tot het instellen van een onafhankelijk onderzoek naar de aanval. Omdat de OVV dit onderzoek niet kan uitvoeren, kiest de minister voor een tijdelijke onderzoekscommissie.

De aanval op Hawija vond in juni 2015 plaats. Nederlandse F-16's voerden een luchtaanval uit op een bommenfabriek van Islamitische Staat (IS), waarbij ook een woonwijk werd geraakt. In de fabriek bleken veel meer explosieven te liggen dan vooraf werd aangenomen. Er vielen tientallen doden en ongeveer honderd gewonden.

Oud-minister Winnie Sorgdrager wordt de voorzitter van de onafhankelijke onderzoekscommissie. (Foto: ANP)

'Compensatie alleen op vrijwillige basis'

Bijleveld meldt dat er is gekeken naar de mogelijkheden om de getroffen gemeenschap op vrijwillige basis tegemoet te komen. Er zullen drie projectvoorstellen volgen die gericht zijn op het herstellen van schade die veroorzaakt is door de Nederlandse aanval, bijvoorbeeld op het gebied van elektriciteitsvoorziening en werkgelegenheid.

Een speciale werkgroep heeft ook gekeken naar eventuele individuele vergoedingen. Volgens de minister is Nederland wel verantwoordelijk voor de aanval, maar niet aansprakelijk voor de gevolgen. "Bij de aanval in Hawija was er sprake van een IS-bommenfabriek, een duidelijk legitiem doel in termen van het humanitair oorlogsrecht."

Het geven van vrijwillige compensatie zou gevolgen kunnen hebben voor wapeninzet bij toekomstige missies die volgens het oorlogsrecht correct zijn uitgevoerd. Ook zouden er praktische bezwaren zijn. Bijleveld zegt zich te realiseren dat deze boodschap "moeilijk" is voor de betrokkenen, maar Nederland wel zijn verantwoordelijkheid zal nemen door de gemeenschap op een andere manier te compenseren.