De Tweede Kamer krijgt een belangrijke stem bij de verdeling van geld uit het Nationaal Groeifonds. In de komende vijf jaar trekt het kabinet 20 miljard euro uit dat gelijk wordt verdeeld over projecten voor kennisontwikkeling, infrastructuur en onderzoek en innovatie.

De minimale investering is 30 miljoen euro en er geldt geen maximum, maken ministers Wopke Hoekstra (Financiën) en Eric Wiebes (Economische Zaken) maandag tijdens de presentatie van de plannen in Amsterdam bekend.

De miljarden uit het 'Wopke-Wiebesfonds', zoals er in Den Haag ook wel over wordt gesproken, zijn bedoeld voor eenmalige projecten die de Nederlandse economie in de komende twintig tot dertig jaar weerbaarder moet maken.

Het fonds krijgt een eigen begroting en er komt een onafhankelijke commissie van tien leden die de voorstellen beoordeelt. Deze commissie staat op afstand van de politiek en laat zich adviseren door experts.

Het parlement moet instemmen met het totaalbedrag van 20 miljard, maar krijgt geen inspraak in de specifieke investering. Die rol ligt weer bij de commissieleden, zij leggen verantwoording af bij het kabinet dat weer wordt gecontroleerd door de Tweede Kamer.

Het geld wordt niet in een keer opgehaald, want dan moet het op een spaarrekening worden gezet. Er wordt pas geleend zodra een project is goedgekeurd.

Geld wordt niet direct terugbetaald

Bedrijven en kennisinstellingen krijgen "een belangrijke rol" bij de aanvraag van een investering. Het betrokken ministerie dient vervolgens formeel een aanvraag in. Een voorstel moet minimaal 30 miljoen euro bedragen en er is geen plafond afgesproken.

Als de formule een succes blijkt, is het in de woorden van Hoekstra "verstandig" om er na vijf jaar mee door te gaan. Het uiteindelijke succes zou moeten leiden tot een hoger inkomen en meer kennis, het geld wordt niet terugbetaald, benadrukt Wiebes.

Nu de rente zo laag is, is het voor de Nederlandse overheid extreem goedkoop om geld te lenen. Daar wil Hoekstra van profiteren, zei hij vorig jaar al. Aanvankelijk werd aan een fonds van 90 tot 100 miljard euro gedacht, maar dat bedrag is dus aanzienlijk teruggeschroefd.

Dat heeft alles te maken met de economische onzekerheid door de coronacrisis. "Gezien de economische onzekerheid maken we een knip tussen de komende vijf jaar de en echt langere termijn", zei Hoekstra. Het gaat nu om 4 miljard euro per jaar. Trek je die lijn door naar 25 jaar, dan kom je alsnog uit op 100 miljard euro, rekende de bewindsman voor.

Tijdens de Staat van de Economie, waarbij de minister van Economische Zaken in februari jaarlijks een toespraak houdt, worden de plannen bekendgemaakt.

Hoekstra en Wiebes lichten hun plannen voor het groeifonds toe. (Foto: Pro Shots)

Nog deze kabinetsperiode projecten financieren

Hoewel het plan voor het Nationaal Groeifonds al vorig jaar werd bekendgemaakt, maakt de coronacrisis volgens het kabinet extra duidelijk hoe belangrijk zo'n fonds is. "Het onderstreept hoe belangrijk het is om in goede tijden buffers op te bouwen, zodat er in slechte tijden kan worden geïnvesteerd in plaats van bezuinigd", schrijven Hoekstra en Wiebes.

De vergrijzing, klimaatverandering en een beperktere productiviteitsgroei worden genoemd als obstakels die groei in de weg kunnen staan. "Om de welvaart de komende twintig tot dertig jaar te behouden en te vergroten, moet de economie harder en anders groeien", aldus de bewindslieden.

Hoekstra en Wiebes willen nog deze kabinetsperiode, die officieel tot de Tweede Kamerverkiezingen in maart 2021 loopt, projecten aanwijzen.