Het is onduidelijk of de 'noodrem' uit het Europese herstelfonds, waarmee lidstaten betalingen kunnen tegenhouden als landen zich niet aan de voorwaarden houden, daadwerkelijk de stoppende werking heeft die premier Mark Rutte tot nu toe schetste.

Het gaat daarbij om een pauze en niet om een noodrem, liet de Europese Commissie aan de Volkskrant weten.

Ook het CDA heeft vragen over dit onderdeel van het akkoord. Kamerlid Pieter Omtzigt wil weten of het mandaat tot uitbetaling ligt bij de Europese Commissie, die over de dagelijkse leiding van de EU gaat, of bij de 27 EU-regeringsleiders verenigd in de Europese Raad.

Eerder lieten 150 lokale VVD'ers zich hier kritisch over uit. "De noodrem die Rutte wilde, blijkt boterzacht", zegt Lars Ruiter, raadslid in een Noord-Hollandse gemeente, namens de groep tegen De Telegraaf.

Een Brusselse diplomaat laat weten tevreden te zijn met het effect van de noodrem. "Iedere noodrem is een pauze. Uiteindelijk gaat die trein weer rijden. Maar wel pas als alle daarvoor bedoelde maatregelen zijn genomen."

NU.nl heeft de Europese Commissie donderdag meerdere keren om een nadere toelichting gevraagd, maar kreeg geen antwoord.

Rutte: 'Mijn doel is niet de noodrem te trekken'

Het herstelfonds, dat voor 390 miljard euro uit giften bestaat en voor 360 miljard uit goedkope leningen, moet de financiële klappen van de coronacrisis in de EU opvangen.

In ruil voor steun uit dat fonds moeten landen wel hervormingen doorvoeren, zodat de economie een volgende klap beter kan opvangen. Vaak zullen die hervormingen betrekking hebben op de arbeidsmarkt, het pensioenstelsel of de belastinginning.

Volgens Rutte is op zijn verzoek een noodrem ingebouwd voor als een lidstaat onvoldoende vooruitgang boekt. De premier benadrukte dinsdagochtend net na het bereiken van het akkoord dat hij die liever niet wil gebruiken. Er moet volgens hem vooral een waarschuwend effect van uitgaan.

"Mijn doel is niet de noodrem te trekken. Mijn doel is ervoor te zorgen dat die hervormingen plaatsvinden", aldus Rutte op de persconferentie.

Lidstaat kan uitbetaling drie maanden lang tegenhouden

In het akkoord is afgesproken dat lidstaten herstel- en hervormingsplannen ter beoordeling bij de Europese Commissie moeten indienen als zij aanspraak willen maken op de coronasteun.

Daarna moeten de regeringsleiders met een gewone meerderheid de plannen goedkeuren. Dat wil zeggen: van de lidstaten die minimaal 65 procent van de Europese bevolking vertegenwoordigen, moet 55 procent instemmen.

Als alle seinen op groen staan, wordt begonnen met de uitbetaling. Dat gebeurt in delen. Een volgende tranche wordt pas overgemaakt als het land zich aan tussentijdse doelen houdt.

Dat is het moment dat landen kunnen ingrijpen en wat Rutte de noodrem noemt. Als een of meer lidstaten in het "uitzonderlijke" geval vinden dat er een "serieuze afwijking" in de hervormingsplannen zit, dan mag dat land de kwestie op de agenda zetten voor de eerstvolgende EU-top.

In de tussentijd wordt geen geld uitgekeerd. Dit hele proces mag in principe niet langer duren dan drie maanden.

EC vindt dat uitbetaling na drie maanden hervat kan worden

De Europese Commissie stelde eerder deze week dat als de landen er na drie maanden niet uitkomen, het ook weer dezelfde Commissie is die de betalingen kan hervatten met steun van een gewone meerderheid van de lidstaten.

CDA-Kamerlid Omtzigt vraagt zich af wat er na drie maanden gebeurt als Nederland vindt dat een land zich niet houdt aan de afspraken, maar een meerderheid van de EU-lidstaten het daar niet mee eens is. "Mag de Europese Commissie het geld dan uitkeren of niet?", aldus de christendemocraat in schriftelijke Kamervragen aan Rutte.

De Tweede Kamer moet zich nog buigen over het akkoord. Dat zal in ieder geval na de zomervakantie gebeuren.