Gezondheidsminister Tamara van Ark maakt donderdag bekend dat de basisverzekering tijdelijk de herstelzorg voor ernstig zieke COVID-19-patiënten gaat dekken. Het gaat dan om hulp van bijvoorbeeld fysio- of oefentherapeuten, een logopedist of ergotherapeuten.

Daarmee volgt Van Ark het advies op van Zorginstituut Nederland (ZIN), dat eerder deze week de tijdelijke verruiming van de basisverzekering adviseerde.

Volgens het Zorginstituut worden COVID-19-patiënten na een infectie nogmaals getroffen door het virus, maar dan in hun portemonnee. De zogeheten paramedische hulp die bijvoorbeeld noodzakelijk is om hun spierkracht- en conditieverlies op te vangen, of hen van benauwdheidsklachten af kan helpen, wordt vrijwel nooit vergoed door een basiszorgverzekering.

Niet alleen patiënten die zorg hebben gekregen op de intensive care kunnen een beroep doen op het uitgerekte basispakket. Ook Nederlanders die op reguliere ziekenhuisafdelingen hebben gelegen of thuis ernstig ziek waren, komen in aanmerking voor de hulp.

Daarmee kunnen zij straks zes maanden aanspraak maken op de paramedische zorg, wat eenmalig met zes maanden verlengd kan worden als een medisch specialist dat noodzakelijk acht. Het kan ook al na drie maanden gestopt worden, mocht de zorg niet meer noodzakelijk zijn.

De zorg omvat vijftig behandelsessies door een fysio- of oefentherapeut, gepaard met acht behandeluren ergotherapie en zeven uur advies van een diëtist. Het ZIN vermoedt dat de uitgebreide basisverzekering op jaarbasis zo'n 28 miljoen euro gaat kosten.