Dinsdag debatteert de Tweede Kamer over de pensioenafspraken. Na tien jaar onderhandelen werd de polder het vorig jaar eindelijk eens over de hoofdlijnen. Vervolgens duurde het weer een jaar om die plannen verder uit te werken. De discussie over de details gaat nu beginnen.

Steun van het parlement lijkt een formaliteit. De coalitie van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie heeft in ieder geval de steun van oppositiepartijen PvdA en GroenLinks binnen. Die zetels zijn nodig om ook een meerderheid in de Eerste Kamer zeker te stellen.

Maar dat betekent niet dat de uitwerking van de plannen, die vanaf 2022 moeten ingaan, eveneens breed draagvlak krijgen.

"Wij hebben in de onderhandelingen hard gedrukt om eerder te stoppen met werken mogelijk te maken", zegt PvdA-Kamerlid en pensioenwoordvoerder Gijs van Dijk.

"We willen de pensioenen weer indexeren (meestijgen met de consumentenprijzen, red.). Sommige gepensioneerden staan al tien jaar stil. Hun koopkracht is achteruit gehold. In het nieuwe stelsel kunnen de pensioenen weer eerder stijgen."

SP en PvdA willen kortingen komende jaren voorkomen

Niet alle oppositiepartijen zijn tevreden. De SP was net als GroenLinks en de PvdA bij de onderhandelingen betrokken, maar de partij wilde niet akkoord gaan met een stijgende AOW-leeftijd.

"De zekerheid van de hoogte van je pensioen verdwijnt", zegt SP-Kamerlid Bart van Kent.

"Daar hebben werkgevers belang bij. Zij betalen een vaste pensioenpremie en hebben zo wel zekerheid. Dat is misschien ook niet zo gek, want de grootste werkgever in Nederland zat aan de onderhandelingstafel. Namelijk de Rijksoverheid zelf."

Van Kent het noemt het pensioenakkoord een "pyrrusoverwinning". "Wat gebeurt er met de pensioenen in de tussentijd? Die zijn al jaren niet geïndexeerd. Die discussie begint nu pas." Hij komt dinsdag met een voorstel om de pensioenuitkeringen in die overstapperiode in ieder geval mee te laten stijgen met de prijzen.

Ook Van Dijk vindt dat er "een oplossing" moet komen voor de pensioenen die al jaren stil staan. De vrees bestaat juist dat er pensioenkortingen dreigen bij de overgang naar een nieuw stelsel.

Wat gaat er allemaal ook alweer veranderen?

In het nieuwe stelsel wordt de belofte wat je later aan pensioen krijgt uitgekeerd losgelaten. Veel fondsen konden die belofte de laatste jaren toch al niet waarmaken waardoor het vertrouwen in het stelsel onder druk kwam te staan.

Daardoor verdwijnen de verplichte buffers in het huidige stelsel. De pensioenen mogen straks makkelijker meebewegen met de economie. Dat betekent eerder indexeren of zelfs verhogen. Uiteraard gebeurt hetzelfde als het financieel tegen zit, dan gaan de uitkeringen eerder omlaag.

De buffer verdwijnt niet helemaal in het nieuwe stelsel. Via de pensioenpremies wordt een reservepotje opgebouwd voor het geval er (weer) een financiële crisis uitbreekt. De risico's op verliezen worden op die manier zoveel mogelijk uitgesmeerd om 'geluk- en pechgeneraties' te voorkomen.

Groot discussiepunt rekenrente verdwijnt

De rekenrente gaat ook van tafel. Daarmee moeten pensioenfondsen nu nog hun vermogen berekenen om er zeker van te zijn dat er genoeg geld in kas zit voor iedere deelnemer. Maar omdat er straks geen belofte meer is over de pensioenuitkering, verdwijnt ook de functie van de rekenrente waarmee de hoogte min of meer werd gegarandeerd.

De rekenrente staat vaak centraal in discussies over een nieuw pensioenstelsel, want veel fondsen behalen in werkelijkheid veel hogere rendementen dan het percentage van de rekenrente waarmee zij hun vermogen moeten waarderen.

In het nieuwe stelsel wordt gerekend met het 'projectierendement'. Dat is een hoger percentage dan de rekenrente, dus als de fondsen daarmee mogen rekenen, staan ze er in één klap een stuk beter voor. Op papier althans.

Kortom: minder zekerheid, maar meer kans op indexeren.

Eerder stoppen met werken belangrijk voor werknemers

Een belangrijk punt voor de vakbonden is de mogelijkheid om eerder te stoppen met werken. In het pensioenakkoord is daarom afgesproken de boete (RVU-heffing in jargon) die daarvoor moet worden betaald tijdelijk te schrappen. Het kabinet wil met die boete een collectieve VUT-regeling ontmoedigen.

Ook komt er geld voor het "duurzaam inzetbaar houden" van werknemers. Werkgevers en werknemers moeten hier samen afspraken over maken. Het kabinet trekt hier 1 miljard euro voor uit, 200 miljoen euro meer dan vorig jaar was toegezegd.

Deze oplossingen zijn tijdelijk. De discussie over wat precies een zwaar beroep is en wie eerder met pensioen mag, wordt al jarenlang tevergeefs gevoerd.

Er wordt onderzocht of er een regeling is te verzinnen waarmee je na een bepaald aantal dienstjaren, 45 bijvoorbeeld, met pensioen kunt gaan. Dat moet verder worden onderzocht.

AOW-leeftijd stijgt langzamer, verplichte verzekering voor zzp'ers

Zoals vorig jaar al afgesproken, stijgt de AOW-leeftijd minder snel. In 2024 krijg je op je 67e AOW, daarna wordt het staatspensioen gekoppeld aan de (stijgende) levensverwachting. Voor elk jaar dat we gemiddeld ouder worden, moeten we acht maanden langer doorwerken. Die koppeling was een-op-een.

Voor zelfstandigen moet het makkelijker worden om zich vrijwillig aan te sluiten bij een pensioenfonds in de sector waar zij werken. Dat blijkt alleen allemaal niet zo makkelijk, dus ook hier wordt verder onderzocht wat de mogelijkheden zijn. De groep zzp'ers krijgt in ieder geval te maken met een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering.