Het gerechtshof Den Haag heeft woensdag de onderzoekswensen van de advocaten van Geert Wilders afgewezen, waarmee er een einde is gekomen aan de behandeling van het hoger beroep tegen de PVV-leider. Het proces, dat draait om de 'minder Marokkanen'-uitspraken die Wilders in 2014 deed, komt op 4 september ten einde met de uitspraak van het hof.

De advocaat van Wilders, Geert-Jan Knoops, deed vorige week nog onderzoekswensen in de zaak.

Zo vroeg de verdediging om het verkrijgen van de ongelakte versie van documenten die eerder na een zogeheten Wob-procedure zijn vrijgegeven. Het gaat hier bijvoorbeeld om interne mails van het Openbaar Ministerie (OM). De advocaten van Wilders willen aantonen dat er politieke bemoeienis was in de beslissing Wilders te vervolgen.

Ook in zijn laatste woord noemde de politicus de zaak een "politiek proces". "Ik sta niet boven de wet, maar wat heb ik gedaan? Ik heb geen cocaïne gehandeld of een bank overvallen. Ik heb de vraag aan mijn kiezers gesteld of ze meer of minder Marokkanen willen."

Het OM heeft altijd betoogd dat het de beslissing zelfstandig heeft genomen om Wilders te vervolgen. Ook is vaker door het OM genoemd dat Wilders "ruis probeert te veroorzaken" in de strafzaak.

De rechtbank veroordeelde de PVV-leider eerder voor groepsbelediging en aanzetten tot discriminatie, maar legde geen straf op. Het OM heeft in hoger beroep wederom een geldboete van 5.000 euro geëist. Na het vonnis van het hof, wat een arrest wordt genoemd, kan cassatie worden ingesteld. De Hoge Raad doet de zaak dan niet opnieuw, maar kijkt alleen of de zaak bij het hof juist is verlopen.